door bhrw | jun 5, 2015 | bijnier
Een recept voor medicijnen waarop de term ‘Gebruik bekend’ staat geschreven, kan uw gezondheid ernstige schade toebrengen !
Eén van mijn patiënten, mevrouw de Jong, moest vervroegd een afspraak maken, omdat gedacht werd dat zij leed aan het syndroom van Cushing, een aandoening waarbij in het lichaam te veel cortisol wordt aangemaakt. Maar…..zij gebruikte al zo’n 15 jaar cortisonacetaat vanwege GEBREK aan cortisol na een operatie aan de hypofyse. Eigenlijk waren er in de voorafgaande jaren weinig problemen. De dagelijkse dosering cortison was 25 mg, en zij nam trouw iedere ochtend twee-en-een-halve tablet van 5 mg, en ’s avonds de zelfde hoeveelheid.
Begin 2014 kreeg zij steeds meer klachten, zo bleek later. Het begon eerst met opgezette enkels, later kwam zij in gewicht en begon haar buik wat dikker te worden. Uiteindelijk nam haar gewicht met zo’n 20 kg toe. Na enkele consulten bij haar huisarts werd zij verwezen voor een vervroegde afspraak, met dus de vraag of er sprake kon zijn van het syndroom van Cushing. Dat was eigenlijk een gekke vraag. Als je hypofyse al zo’n 15 jaar niet meer functioneert, is het wel erg ongewoon, zo niet bijna onmogelijk om Cushing te krijgen. Op mijn advies verzamelde patiënte in de weken voorafgaand aan de afspraak alle urine over 24 uur, om hierin het cortisol gehalte te bepalen. Bij het syndroom van Cushing zou die waarde verhoogd moeten zijn. En tot mijn stomme verbazing was de uitscheiding van cortisol 850 nanomol per 24 uur, ongeveer 8 keer te hoog! Toen ik haar enkele dagen later op de polikliniek zag, was zij inderdaad in vergelijking met een jaar tevoren flink veranderd. Bol gezicht, bolle buik, hoge bloeddruk, 21 kg zwaarder dan een jaar tevoren. Gelukkig had zij haar medicijnen allemaal meegenomen, en al snel waren we de oorzaak op het spoor. Op het potje met de tabletten cortisonacetaat was duidelijk te lezen:
R/ cortisonacetaat 25 mg, gebruik bekend.

Foutieve medicatie: Tabletten cortisonacetaat 25mg ipv 5 mg.
Na enig naspeuren in de gegevens van de apotheek en nabellen over de recepten van de laatste maanden bleek al duidelijk de oorzaak. De recepten waren vernieuwd toen er in haar woonplaats een nieuwe huisarts kwam, die de oude huisarts verving. De oude huisarts was zelf apotheekhoudend, maar de nieuwe huisarts had niet de apotheek voortgezet, en zo kwam zij bij de ‘gewone’ apotheek voor het uitleveren van haar medicijnen. Met het nieuwe recept was het fout gegaan: in plaats van tabletten van 5 mg had zij tabletten van 25 mg voorgeschreven gekregen. En in plaats van een exacte dosering op te schrijven, was geschreven: ‘gebruik bekend’. En de nieuwe apotheek heeft de door patiënte gebruikte dosering niet gecontroleerd, en gewoon de term ‘gebruik bekend’ overgenomen. En mevrouw de Jong zelf heeft het medicament niet gecontroleerd, en het etiket niet gelezen, en bleef trouw haar 5 tabletten per dag innemen. Pas toen ik samen met haar nauwkeurig het potje bekeek, kwam zij er zelf achter dat er tabletten van 25 mg in plaats van tabletten van 5 mg in zaten. En zo had zij dus gedurende meer dan een jaar dagelijks een dosering van 125 mg (HONDERDVIJFENTWINTIG) mg cortison gebruikt, en niet 25 mg.
Op een recept mag nooit de term ‘gebruik bekend’ staan. Ik realiseer me dat ik dat zelf ook wel eens zo opschrijf, zeker als iemand om een recept vraagt voor medicatie die hij of zij al jaren gebruikt, of de dosering aan wisselingen onderhevig is, of op het moment dat ik zelf de gebruikte dosering niet meer weet. Dit verhaal leert ons maar weer eens dat een arts NOOIT de term ‘gebruik bekend’ op een recept mag schrijven. Bovendien is het onverstandig als een apotheek medicatie aflevert met de term ‘gebruik bekend’, zonder de EXACTE dosering bij de patiënt te controleren. En patiënten zelf moeten bij voorkeur altijd hun medicatie controleren, zeker als ze een nieuw recept krijgen van een nieuwe huisarts.
De bekende wet van Murphy luidt “if there’s any way they can do it wrong, they will”. Grappig is dat Wikipedia hieraan de volgende toevoeging geeft: “De wet van Murphy is een van de leidende principes bij het opstellen van protocollen voor bijvoorbeeld apotheken. Voordat een medicijn aan de patiënt wordt uitgereikt, voeren verschillende personen een groot aantal meervoudige controles uit. Zo zal een apothekersassistente op verschillende momenten de naam van het medicijn vergelijken met de naam op het recept. Voor de leek lijkt dit ritueel soms overbodig. De wet van Murphy geeft echter de reden aan: al is de kans op een ernstige menselijke fout heel klein, als het risico maar vaak genoeg wordt gelopen, dan maakt er vroeg of laat iemand een fout. Omdat er heel veel medicijnen worden verkocht, zouden er zonder deze protocollen doden vallen door menselijke fouten met medicijnen.” (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Murphy, bekeken op 2 mei 2015). En toch ging het hier fout. Helaas zal mijn patiënte de gevolgen (gewichtstoename, hoge bloeddruk, versnelde botafbraak) nog enige tijd merken.
De term ‘gebruik bekend’ is vanaf heden (juni 2015) door mij officieel vervallen verklaard.
door bhrw | mei 27, 2015 | Geen categorie
Op 27 mei jl is drs. G.A. (Margriet) Sattler gepromoveerd op het proefschrift: “The long-term side effects of postoperative radiation therapy in pituitary adenoma patients”
Voor meer gedetailleerde informatie, zie http://www.rug.nl/news-and-events/events/phd-ceremonies/?hfId=118185
Samenvatting van haar proefschrift / summary of her thesis:
“External beam radiation therapy radiation therapy in pituitary adenoma results in excellent local tumour control rates and improvements in excessive hormonal secretion. However, the safety of postoperative radiation therapy has been questioned in particular because of concerns related to possible long-term radiation-induced side effects, although serious late complications of radiation therapy are uncommon in pituitary adenoma patients. However, these concerns are often used to delay or reject radiation therapy.
The main aim of this thesis was to assess and compare several long-term side effects of conventional radiation therapy (i.e. incidence of second tumours, stroke, mortality, and radiological brain abnormalities, effects on cognition, and sexual function as aspect of quality of life) in pituitary adenoma patients treated with surgery and postoperative radiation therapy versus surgery alone and with a population without pituitary adenoma disease (i.e. the reference population).
None of our observational studies shows significant differences in long-term side-effects between pituitary adenoma patients treated with radiation therapy and surgery alone. However, the decision to treat with postoperative radiation therapy is based on a careful assessment of the balance of benefits and risks in the individual pituitary adenoma patient. The risk of serious radiation-induced long-term side effects is low with the radiation therapy techniques applied in the last decades and is expected to be lower with modern and more advanced radiation therapy techniques. Therefore, in most pituitary adenoma patients with otherwise uncontrolled disease, the benefits of postoperative radiation therapy outweighs the absolute small risk of serious side-effects.”
door bhrw | mei 9, 2015 | schildklier |
Er zijn heel veel mensen met een schildklieraandoening in Nederland, zo’n 800.000, waarvan 90% een verminderde schildklierfunctie heeft, maar hoe het met ze gaat is niet echt bekend. Vaak wordt gedacht dat als de bloedwaarden ‘goed’ zijn dat het dan ook goed gaat met de patiënt. Inmiddels komen er steeds meer aanwijzingen dat er nog klachten kunnen resteren, ondanks behandeling met schildklierhormoon en ‘goede’ bloedwaarden.
Wij hopen dat veel mensen mee willen doen. In dit onderzoek worden gezondheidsstatus, restklachten en tevredenheid over behandeling (medicatie) en zorgverlening in kaart gebracht. Het is een initiatief van de Hogeschool Utrecht, in samenwerking met de SON, het UMC Groningen, het UMC Utrecht en het AMC. We hopen met de onderzoeksresultaten een bijdrage te kunnen leveren aan het optimaliseren van de zorg voor hypothyreoïdie patiënten.
We zoeken patiënten met weinig klachten maar ook met veel. Uiteraard worden de gegevens anoniem verwerkt en is uw privacy gewaarborgd. Als u nog andere hypothyreoïdie patiënten kent die mee zouden willen doen met het onderzoek, dan kunnen zij een mail sturen naar schildklier@hu.nl onder vermelding van “patiënt“.
We zoeken niet-schildklierpatienten naast patiënten; controle personen zonder schildklierziekte die de (controle) enquête willen invullen. Dit duurt ongeveer 15 minuten. Zou u uw partner, zus/broer, vriend(in), buurvrouw/man, collega willen vragen om mee te doen met dit onderzoek? Ze kunnen een mail sturen naar schildklier@hu.nl onder vermelding van “controle“.
Deze enquête is opgesteld in overleg met patiënten en artsen en het invullen duurt ongeveer 40 minuten. Er is de mogelijkheid om tussentijds te pauzeren en op een ander tijdstip verder te gaan.
Wij vragen u uw meest recente bloedwaarden van TSH, FT4 en eventueel FT3, en anti-TPO-antistoffen en LDL cholesterol, uw medicijninformatie (merk en dosis) en de maand en het jaar van uw diagnose bij de hand te hebben voordat u de enquête invult.
Photo by jkirkhart35 
door bhrw | mei 7, 2015 | diabetes
Tijdens de Internistendagen, die afgelopen week in Maastricht werden gehouden, kwam ik meerdere hele leuke wetenschappelijke studies tegen. Eén die me vooral opviel was die van de groep van prof. van de Poll-Franse uit Eindhoven (IKNL), uitgevoerd samen met o.a. het PHARMO instituut en met het Maxima Medisch Centrum. Zij vergeleken een grote groep van 3281 mensen met type 2 diabetes, bij wie tussen 1998 en 2011 een kwaadaardige aandoening werd vastgesteld, met 12891 controle personen met type 2 diabetes. Hierbij toonden zij aan dat díe mensen, die de diagnose alvleesklierkanker kregen, bijna VIJF keer zo vaak in de periode van 3 tot 6 maanden voorafgaande aan deze diagnose, een behandeling met insuline waren gestart. Ditzelfde gold ook voor maag-darm kanker (bron: abstractboek 27e Internistendagen, blz. 24-25).
De onderzoekers gebruiken hiervoor dezelfde dataset als recent gepubliceerd in een interessant artikel in het gerenommeerde tijdschrift Diabetologia (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25638246). Van de 3281 personen hadden er volgens hun beschrijving 387 (12%) slokdarm, maag, alvleesklier- of leverkanker. Zij geven aan dat er naar hun mening sprake is van ‘reverse causation’, dat wil zeggen dat de onderliggende ziekte (de kwaadaardige aandoening) de reden is voor de start van de behandeling met insuline, en niet andersom. Insuline therapie wordt immers gestart als de bloedglucose regulatie tijdens gebruik van tabletten verslechtert (zie figuur).

(meer…)
door bhrw | mei 6, 2015 | diabetes
Tijdens de recente internistendagen gaven Daniël van Raalte (internist i.o. in het VUMC in Amsterdam) en ik een update over de huidige stand van zaken m.b.t. behandeling van mensen met type 2 diabetes met GLP1 receptor agonisten.
De meeste internationale richtlijnen en consensus statements hebben deze therapie een plaats gegeven in de behandelalgoritme. Ook heeft een gedegen beoordeling door FDA en EMA plaats gevonden. Het wachten is op nog meer lange termijn effecten wat betreft verminderen van diabetes-gerelateerde complicaties en veiligheid.
De aspecten van de behandeling, die in het symposium aan de orde kwamen, waren onderwerp van een kort interview.
https://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=_lqEYlOfbeE
door bhrw | apr 19, 2015 | bijnier
De eerste officiële nieuwsbrief van Bijniernet is gepubliceerd. Hierin aandacht voor een aantal actuele zaken die de bijniergemeenschap bezig houden. Belangrijke zaken die het afgelopen jaar zijn gerealiseerd, zijn o.a. het Ambulance Protocol Bijnierinsufficientie, de EU emergency card of SOS-card, en de Attentieregel in het huisarts informatie systeem (HIS) voor de huisartsenpraktijk en de huisartsenpost. Vele endocrinologen gebruiken deze regel al in hun brieven aan de huisarts, om de huisarts te attenderen op de noodzaak van extra cortison in geval van ziekte, en het is mooi dat dit nu eindelijk verankerd is in de zorg. Bovendien wordt momenteel gewerkt aan een landelijk uniforme instructie voor het ophogen van hydrocortison in stress-omstandigheden.
Voor meer informatie: www.bijniernet.nl
Photo by dalehugo 
door bhrw | jan 31, 2015 | gezondheidszorg, ICT
Het schiet niet erg op met de digitalisatie in de zorg. Erger nog, ik vind het een janboel. Een van de grootste bottle-necks zijn de brieven aan de huisarts. Als medisch specialist dicteerden wij tot enkele jaren geleden onze brieven, en een typiste werkte het dictaat vervolgens uit. Dat ging vaak wel goed, alhoewel soms langzaam, en met enige regelmaat bedroeg de achterstand in type werk 2-3 maanden. Desalniettemin, onze ervaren typisten hadden een geweldig gevoel voor tekst en nuance ontwikkeld. Van zelfs van de meest introverte, binnensmonds sputterende mompelaar kwamen de brieven goed uit de printer. Uitstekende typeservice. Alhoewel, met het overtypen van zaken gingen er best nog wel eens dingen fout; met enige regelmaat kom ik in oude brieven mensen met een vrijT4 van 204 tegen, terwijl het 20,4 moest wezen.
Stupide spraakherkenning
Inmiddels is ons ziekenhuis ook ten prooi gevallen aan allerlei zgn. Lean Six Sigma projecten. Ik zal u niet met de achtergrond vervelen, anders dan vast te stellen dat wij meestal spreken over Mean Six Sigma projecten (Lean=slank; mean=gemeen). Eén zo’n bezuinigingsproject heeft er toe geleid dat onze hele typekamer overtallig is verklaard en is ontslagen, onder het mom van ‘het nieuwe werken’. Vervolgens konden wij als specialisten twee dingen doen: óf zelf onze brieven typen (!), óf het aangeschafte programma voor spraakherkenning gebruiken.
Dit systeem blijkt in de dagelijkse praktijk redelijk ‘stupide’. Ik geef u enkele voorbeelden:
1. ik dicteer ‘blanco’: de software maakt er achtereenvolgens van: ‘het bilan kauwen’, ‘Het belang komen’, ‘Dan komen’, en ‘belang komen
2. ik dicteer de medicatie, die één van mijn patiënten gebruikt, nl. ‘omega-3 vetzuren’; volgens de software moet dit worden: ‘onder haar 43 uren’, en later ‘Omega 43 uren”.
3. ik dicteer ‘patiente dient de euthyrox op de nuchtere maag…’; de software maakt ervan ‘patiente dienst euthyrox….’. Werken met spraakherkenning is dus continu alert zijn op stomme fouten van het systeem. (meer…)
door bw | dec 25, 2014 | diabetes, gezondheidszorg
Al lang wordt gehamerd op een goede overdracht van informatie door de huisarts aan een specialist, wanneer een patiënt wordt verwezen. De specialist moet goed op de hoogte zijn van wat er speelt, om dubbele diagnostiek, onnodige behandeling, verkeerde behandeling, voorschrijven van medicijnen waar iemand allergisch voor is, of die niet kunnen samengaan met een bestaande behandeling, zo veel mogelijk te voorkomen.
De internist vertrouwt volledig op de huisarts voor de kwaliteit en uitgebreidheid van de beschikbare informatie, als deze bv. een patiënt met diabetes verwijst. Onder het motto ‘garbage in, garbage out’ kan van een internist niet verwacht worden dat hij of zij een patiënt goed behandelt, als de informatie te wensen over laat. Internisten zijn geen helderziende, en kunnen niet raden naar achtergronden van een patiënt zoals zijn voorgeschiedenis, medicatiegebruik, of recente labuitslagen.
Na deze inleiding, een afbeelding van een recente verwijsbrief:

Een topper! Merry Christmas.
door bw | dec 7, 2014 | wetenschap
We often get the question what the BioSHaRE-Eu consortium is. BioSHaRE is a consortium of leading biobanks and international researchers from all domains of biobanking science. The overall aim of the project is to build upon tools and methods available to achieve solutions for researchers to use pooled data from different cohort and biobank studies. This, in order to obtain the very large sample sizes needed to investigate current questions in multifactorial diseases, notably on gene-environment interactions. This aim will be achieved through the development of harmonization and standardization tools, implementation of these tools and demonstration of their applicability. (meer…)
door bhrw | nov 30, 2014 | schildklier |
Als je schildklier te snel werkt, merk je dat meestal aan de klachten: afvallen, beven, hartkloppingen, zweten, diarree, om er een paar te noemen. Mevrouw Bos was bij haar huisarts geweest en doorverwezen, omdat haar licht vergrote schildklier (‘struma’, bestond al 10 jaar) langzaam wat groter was geworden. In de dagen voor zij op de poli kwam, werd zij steeds zieker. Zij kon minder goed lopen, en moest zich aan de tafel ophijsen om op te staan, en bijna de trap op kruipen om boven op haar slaapkamer te komen. Zij werd bovendien erg misselijk en moest herhaaldelijk overgeven, zo erg dat zij op de maagdarm afdeling van een ander ziekenhuis werd opgenomen. Na enkele dagen mocht zij gelukkig weer naar huis, ook al waren de klachten nog niet helemaal verdwenen. (meer…)
door bhrw | nov 3, 2014 | gezondheidszorg, schildklier
Over de behandeling van te snelle schildklierwerking zijn vele boeken en medische artikelen geschreven. Toch kom je soms een oplossing op internet tegen, die je nog niet kende. En die levensgevaarlijk is. Zoals deze:

Na vele reacties was de pagina in de loop van de zelfde dag waarop ik hem voor het eerst gezien had, weer aangepast. De gevaarlijkste adviezen waren er uit gehaald. Extra jodium gebruiken als je schildklier al te snel werkt is levensgevaarlijk. Dat de inhoud snel was aangepast, was op zich gelukkig. Internet kent maar een heel beperkte kwaliteitscontrole.
Recente reacties