Goede voorbereiding

Dit stukje, een aantal weken geleden op FaceBook gepubliceerd door verpleegkundige Julian Hooikaas (@BroederSjuul, https://broedersjuul.nl/over-mij/), slaat de spijker op zijn kop.

 

Screenshot

 

Goede communicatie cruciaal
Nog te vaak ontbreekt bij een verwijzing naar een medisch specialist essentiële informatie. En dat terwijl effectieve communicatie tussen zorgverleners, de patiënt en diens naasten de hoeksteen is van kwalitatief goede zorg. Het heeft een directe invloed op de medische uitkomsten en de veiligheid binnen de gezondheidszorg. Wanneer de communicatie optimaal verloopt, levert dit betere conclusies en behandeladviezen, en betere en gerichte inhoudelijke informatie aan de (zieke) persoon en zijn/haar familie. Het vermindert de kans op medische fouten. Een verwijsbrief zonder goede medische informatie is als een auto zonder motor: je komt helemaal nergens.

 

Te veel correspondentie?
Kun je ook te veel communiceren? Dat is een kwestie van smaak, maar mijn antwoord zou “ja” zijn. Recent mocht ik zelf een traject door de gezondheidszorg lopen in een ziekenhuis 70 km verder op , en ik telde uiteindelijk zes brieven die mijn specialistenteam aan de huisarts heeft verstuurd binnen een periode van 4 maanden. Die brieven worden zeker niet allemaal van A tot Z gelezen, mede omdat huisartsen iedere dag grote aantallen brieven ontvangen.

 

Hachelijk?
Even terzijde: de bekende arts en filosoof Bert Keizer vindt fijn meelezen in je medische dossier een hachelijke onderneming. Lees maar eens deze mooie column over o.a. medische terminologie die hij een aantal jaren geleden in Trouw publiceerde: https://www.trouw.nl/zorg/fijn-meelezen-in-je-medisch-dossier-blijft-een-gevaarlijke-onderneming~b9612147/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

 

Beoordeling kwaliteit

De geweldige deskundigheid van mijn specialist(en) had ik graag spontaan op ZorgkaartNederland gemeld. Zoals ZorgkaartNederland zelf vermeldt op haar website: Waarderingen zijn vooral belangrijk voor mensen die op zoek zijn naar een zorgverlener. Door ervaringen van anderen te lezen, krijgen patiënten een beter beeld van hoe een praktijk of instelling werkt. Veel mensen vinden het prettig om te weten hoe andere patiënten de communicatie, wachttijd of behandeling hebben ervaren. Zo kunnen zij een zorgverlener kiezen die het beste bij hun wensen past. 

Maar helaas kunnen patiënten niet meer zomaar zelf een waardering plaatsen op ZorgkaartNederland. Dat kan alleen nog als je daarvoor een uitnodiging krijgt van je zorgaanbieder. Zo is de informatieve waarde van dit instituut de afgelopen 1-2 jaar aanzienlijk gekelderd. Gelukkig wist ik zelf waar ik voor mijn behandeling het beste naartoe kon gaan …. Maar, lang niet iedereen heeft toegang tot de juiste informatie. Zo blijkt uit goed onderzoek dat de kwaliteit van operaties waarbij de prostaat van mensen met prostaakanker wordt verwijderd, in Nederland per ziekenhuis enorm verschilt. Het gevolg is dat bij het ene ziekenhuis veel meer patiënten incontinent verder moeten leven dan bij het andere. Hoe kom je erachter of de operateur in je ziekenhuis goed is of niet? https://nos.nl/artikel/2497927-grote-niveauverschillen-tussen-ziekenhuizen-bij-operaties-prostaatkanker

 

Tijdig informeren
Het ziekenhuis waar ik werd behandeld heeft een goed functionerend patiëntenportaal. Ik kon in de weken voorafgaand aan de eerste afspraak mijn medische gegevens zelf aanvullen, en oude specialistenbrieven en bloeduitslagen -die bij verwijzing niet waren meegestuurd- alsnog uploaden. En dat is tegelijkertijd de moraal van dit verhaal:

A. zorg dat je zelf de beschikking hebt over alle brieven, bloeduitslagen, uitslagen van puncties en biopten, röntgenfoto’s, etc.

En B. gebruik die om de dokter die je gaat bezoeken, tijdig te informeren.

Iets wat de meeste goede dokters met elkaar gemeen hebben: zij bereiden zich voor op een spreekuur, en nemen de beschikbare gegevens door voordat het consult plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om goede medische informatie ruim tevoren beschikbaar te stellen. Meenemen naar het spreekuur? Op zich wel goed, maar niet het beste idee, Dan moet een dokter namelijk ter plaatse door een soms dik pak papieren heen, en worden geheid zaken gemist. Goede zorg betekent een goede voorbereiding! Een goede voorbereiding kan alleen als de volledige medische informatie vooraf beschikbaar is.

 

PS. Volg Broeder Sjuul, bv op FaceBook of TikTok…

 

IJzer-3

Abonnees van de NRC hebben het al kunnen lezen: de laatste jaren is er veel meer aandacht voor de negatieve effecten van ijzertekort bij vrouwen.
Zoals te lezen was in het uitgebreide stuk dat gepubliceerd is op 9 juni jongstleden, hebben ook dokters hier in hun privéleven mee te maken. Oncologisch chirurg Marjolein Smidt was een van de personen die hierop uitgebreid inging en, terugkijkend, al ruim tien jaar met een ijzertekort bleek te kampen. Zij meldt: “Terugkijkend had ik een leukere moeder en partner kunnen zijn als ik het probleem had gekend.” en even later: “We laten 30 procent van de vrouwen gewoon een beetje sappelen met een symptomatisch ijzertekort.”

 

Miskend
De internist Hilde Roijen van het Isala ziekenhuis in Zwolle heeft dit enkele jaren geleden aangekaart. Eén van de redenen dat dit probleem zo lang miskend is geweest, is het feit dat men dacht dat voor vrouwen andere normen golden voor een goede ijzerwaarde in het bloed dan voor mannen. Een verlaagd ijzergehalte geeft een veelheid aan klachten, variërend van hersenmist, moeheid, haarverlies en verminderde inspanningscapaciteit. Een ijzertekort leidt lang niet altijd tot bloedarmoede. De ferritine waarde kan knallend laag zijn, en mensen kunnen toch nog een redelijk hemoglobinegehalte in hun bloed hebben. En een van de belangrijkste redenen voor ijzertekort bij vrouwen is overmatig bloedverlies met de menstruatie.

 

Wat is normaal?
Voor een wetenschappelijk artikel van mijn goede vriend en collega Alfie Thain, onderzoeker in Engeland, maakte ik ooit een plot met de gemiddelde ferritinewaarde van mannen en vrouwen die deelnamen aan de Amerikaanse NHANES-studie. Zoals in de figuur te zien is, hebben de vrouwelijke deelnemers, met een leeftijd van tussen de 50 en de 70, wanneer de menstruaties niet meer optreden, een ferritine waarde die uiteenloopt van 70 tot 135 microgram per liter. Vrouwen in de leeftijd van 20 tot 40 hebben een veel lagere ijzerwaarde. Overigens is dit een plot die niet gecorrigeerd is voor andere factoren, zoals ontstekingsparameters of bestaande ziekten. De figuur laat echter heel duidelijk zien dat de normaalwaarde voor ferritine na de overgang veel hoger ligt dan voor de overgang. Je kunt dus overtuigend beargumenteren dat de gegeven normaalwaarde van onder de 50 bij vrouwen tussen de 20 en 35 jaar, helemaal niet “normaal” is. Wat ook meteen opvalt, is dat mannen gedurende het hele leven veel hogere ferritine waarden hebben dan vrouwen. Zelfs na het 50ste levensjaar.

De ferritine meting
Terug naar het artikel in de NRC. Prof. Dorine Swinkels van het Radboudumc meldt dat de situatie nog iets slechter is dan je op grond van de gemeten ferritine waarde kunt aannemen. Zij vertelt dat Nederlandse laboratoria voor het bepalen van de ferritine gebruik maken van tests van vier verschillende leveranciers, elk gebaseerd op een andere antistof die aan een deel van het Radboudumc ferritine-eiwit bindt. Dat betekent dus ook dat de uitslag in het ene laboratorium heel anders kan uitvallen dan in het andere laboratorium. Swinkels zegt: “Een waarde van 15 bij de ene methode kan bij een andere methode 45 of juist 5 microgram/liter opleveren.” Hierbij geeft zij dus eigenlijk aan dat het bepalen van de ferritine waarde laboratorium-technisch een soort Russische roulette is.

 

B12
Waar zagen we dat eerder? We kennen dat ook van de bepaling van het B12-gehalte in het bloed. Ook bij deze bepaling kunnen de methoden van ziekenhuis tot ziekenhuis verschillen, en een uitslag van 220 pmol/l in het ene ziekenhuis kan in het andere ziekenhuis een waarde van 450 pmol/l opleveren. Dat zijn gegevens die uit de Nederlandse kwaliteitscontrole van laboratoria naar voren zijn gekomen de afgelopen jaren, zie de figuur. Ook voor het meten van het B12-gehalte in het bloed geldt dus dat je voor een goede interpretatie precies moet weten welke methode is gebruikt.


Hierboven heb ik al iets geschreven over de klachten die kunnen optreden bij een ijzertekort. Wat men er vaak niet bij vertelt, is dat een ijzertekort mensen die vooral plantaardige voeding gebruiken, nog eens erger kan raken. Voor de productie van energie in de mitochondriën is onder andere carnitine nodig, een stof die zich in dierlijk vlees bevindt en waarvan mensen in hun lichaam een heel klein beetje zelf kunnen aanmaken. Echter, de aanmaak van carnitine in ons lichaam is afhankelijk van voldoende ijzer. Zo kunnen vrouwen die al weinig carnitine in hun lichaam hebben doordat ze plantaardige voeding gebruiken, extra geraakt worden door het ijzertekort, waardoor zij een carnitine tekort ontwikkelen en hun energieproductie ernstig tekortschiet.

 

Behandeling
De internist Hilde Roijen en de hematoloog Marlijn Hoeks hebben enkele jaren geleden een belangrijke en zeer leerzame podcast voor huisartsen opgenomen, waarin de problemen rond ijzertekort uitgebreid worden besproken. Zij pleiten al jaren voor het aanpassen van de ondergrens en beargumenteren dat een ferritine waarde van onder de 30 à 40 afwijkend is. De podcast van beide medisch specialisten is zeer goed beluisterd. Het leidde uiteindelijk tot een flink aantal vrouwen die door hun huisarts naar een specialist werden verwezen voor verder onderzoek en behandeling van ijzertekort.

Zie deze links:
https://www.huisartspodcast.nl/prisma-podcast-maak-kennis-met-je-blinde-vlek-over-ijzergebrek-deel-1-de-uitleg/
https://www.verloskundigbaken.nl/podcast/86-ijzervoorraad-met-marlijn-hoeks-en-hilde-van-roijen/
https://voicesforwomen.nl/podcast/ijzertekort-bij-vrouwen-dit-moet-je-weten/

 

Die behandeling lijkt eenvoudig. De standaard voor huisartsen spreekt over het suppleren met het preparaat ferrofumaraat: twee tot drie maal per week een tablet van 200 milligram, niet hoger. Wanneer je te veel ijzer ineens neemt, maakt het lichaam de stof hepcidine aan, dat de opname van ijzer blokkeert. Toch is die behandeling met ferrofumaraat niet altijd succesvol. Enerzijds is de dosering vaak toch te weinig voor vrouwen die tijdens de menstruatie veel bloed – dus ijzer – verliezen. Anderzijds hebben heel veel vrouwen bijwerkingen van de ijzersuppletie, zoals misselijkheid, maag- en buikklachten, en verstoorde ontlasting. Andere ijzerpreparaten, die vaak beter worden verdragen door mensen, zoals de stof ijzerbisglycinaat, worden niet vergoed door de zorgverzekeraar, maar kunnen gemakkelijk bij een drogist worden gekocht.

Aan de andere kant is aandacht voor de oorzaak van het ijzertekort een belangrijk punt. De huisarts en UMCG hoogleraar Marco Blanker gaat in het NRC-artikel hier verder op in. Bijvoorbeeld, bij overmatig bloedverlies tijdens de menstruatie moet getracht worden dit te verminderen. Dit kan op een aantal manieren, zoals door de anticonceptiepil te nemen of medicijnen te gebruiken zoals tranexaminezuur, dat bloedverlies remt.

Voor vrouwen voor wie ijzersuppletie in tabletvorm onvoldoende is, onvoldoende in het lichaam wordt opgenomen of niet wordt verdragen, is het toedienen van een ijzerinfuus een goede optie.

Hierover in een volgende blog meer.

 

IJzer-2

Een mooie studie uit Australië naar het gebruik van een ijzerinfuus als behandeling in de periode 2013-2024..

Achtergrond:

Het gebruik van intraveneus ijzer wordt steeds meer erkend als een haalbare optie voor de behandeling van ijzertekort, met name wanneer oraal ijzer niet effectief is of niet wordt verdragen. Er zijn echter geen actuele gegevens beschikbaar over de langetermijntrends in het gebruik van intraveneus ijzer bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd (18–44) in Australië

Doelstellingen:

Het doel van deze studie was het beoordelen van de langetermijntrends in het gebruik van intraveneus ijzer bij Australische vrouwen in de leeftijd van 18–44 jaar.

Methoden:

We hebben een retrospectief observationeel onderzoek (2013–2024) uitgevoerd met behulp van de dataset van 10% van het Pharmaceutical Benefit Scheme. We hebben de langetermijntrends onderzocht in het aantal verstrekkingen van intraveneus ijzer en de totale verstrekte dosis per unieke behandelingsperiode per ijzertype, en hebben de variatie onderzocht naar leeftijdsgroep, staat/territorium, type voorschrijver en de status van de zorgkortingskaart.

Resultaten:

Het aantal verstrekkingen van intraveneus ijzer steeg van 0,3 in 2013 tot 5,0 per 100 vrouwen in 2024, waarbij ijzer(III)carboxymaltose 93,9% van het totale aantal declaraties uitmaakte. In 2024 kreeg één op de twintig Australische vrouwen in de leeftijd van 18–44 jaar intraveneus ijzer verstrekt. De totale uitgaven aan intraveneus ijzer stegen van 1,1 miljoen dollar in 2013 tot 82,3 miljoen dollar in 2024. Er waren aanzienlijke verschillen in het type intraveneus ijzer en de totale afgeleverde behandelingsdoses, afhankelijk van leeftijdsgroep, staat/territorium, de status van de gezondheidszorgkortingskaart en het type voorschrijver.

Conclusies:

De totale percentages en uitgaven voor intraveneus ijzer bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd zijn tussen 2013 en 2024 snel gestegen, waarbij grote verschillen in de praktijk duidelijk zichtbaar waren. Het is gerechtvaardigd om de onderliggende redenen voor de waargenomen variatie in het gebruik van intraveneus ijzer in kaart te brengen.

Een intrigerend resultaat. Wat nog veel waardevoller zou zijn, is te weten waarom deze veranderingen zijn opgetreden, en met name welke groepen vrouwen nu veel vaker dan vroeger met een ijzerinfuus worden behandeld. Ook blijkt dat orale suppletie veelal niet goed wordt uitgevoerd. Dat heeft o.a. te maken met het tijdstip van inname van het ijzerpreparaat, maar ook met het preparaat zelf; bij gebruik van ferrofumaraat worden veel vaker bijwerkingen gerapporteerd dan bij gebruik van ijzerbisglycinaat. Ook is het belangrijk om het ontstaan van evt. bijwerkingen na een ijzerinfuus beter te monitoren dan gebruikelijk is.

Bron: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.1111/imj.70494

 

IJzer-1

Door het werk van o.a. de internist Hilde Royen (Zwolle) en hematoloog Marlijn Hoeks (Nijmegen) is er steeds meer aandacht voor het vaak over het hoofd geziene probleem van ijzertekort. Zij hebben vastgesteld dat de ‘normaalwaarden’ voor vrouwen veel te laag liggen. Een recent NRC-artikel ging hierop in, daarover in een volgend blog meer.

Tijd voor wat praktijkervaringen over ijzer, omdat de kennis hierover soms desastreus beperkt is.

 

 

Maart 2026
Een vrouw komt bij de dokter in verband met ijzertekort. De serum ferritine waarde is 10, normaal boven de 50. Er zijn buikpijn- en diarreeklachten, die er mogelijk op wijzen dat deze dame coeliakie (glutenintolerantie, een autoimmuun ziekte) heeft.
Zij krijgt het volgende advies:
Ga de komende 6 weken ferrofumaraat gebruiken, 3x per week een tablet van 200mg, daarna doen we een lab controle om te kijken of het gestegen is, en vragen we ook onderzoek naar coeliakie aan.

Wat zegt dr. Google (en onze “common sense”)?
Vraag: wordt orale ijzersuppletie goed opgenomen bij onbehandelde coeliakie?
Antwoord (AI-overzicht):
Nee, bij onbehandelde coeliakie wordt orale ijzersuppletie doorgaans niet goed opgenomen. De beschadiging van de dunne darm (vlokatrofie) zorgt voor ernstige malabsorptie. Hierdoor kunnen voedingsstoffen, waaronder ijzer, onvoldoende worden opgenomen uit zowel voeding als ijzerpillen. De belangrijkste punten op een rij:
* Beschadigd slijmvlies: IJzer wordt vooral in het eerste deel van de dunne darm (twaalfvingerige darm) opgenomen. Juist dit deel is bij onbehandelde coeliakie beschadigd.
* Effect van de behandeling: Pas wanneer strikt een glutenvrij dieet wordt gevolgd, herstelt het darmslijmvlies. Hierna verbetert de opname van ijzer aanzienlijk.
* Alternatieven: Als de ijzerwaarden ondanks een glutenvrij dieet te laag blijven, of als er sprake is van ernstige bloedarmoede tijdens de darmgenezing, kan de arts intraveneuze ijzertherapie (via een infuus) overwegen om de voorraden direct aan te vullen.

Wat zeggen de officiële NL richtlijnen?
“Het is te verwachten dat bij herstel van vlokatrofie en het verdwijnen van inflammatie door het volgen van een glutenvrij dieet de deficiënties die ontstaan zijn door malabsorptie over het algemeen zullen herstellen bij patiënten met coeliakie. Het betreft hier voornamelijk ijzergebrek en foliumzuurdeficiëntie (Kreutz, 2020; Saibeni, 2005; Wessels, 2016). Het herstel van een ijzergebrek kan lang duren (Annibale, 2001; Stefanelli, 2020).”
Bron: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/coeliakie_en_glutengerelateerde_aandoeningen/behandeling_glutenvrij_dieet/vitaminen-_en_mineralendefici_nties_tijdens_gvd.html

IJzersuppletie voorschrijven aan iemand met een mogelijke coeliakie is dus niet verstandig; de kans op bijwerkingen is groter dan de kans dat het ijzer in het lichaam wordt opgenomen. Eerst een juiste diagnose, en bij bewezen coeliakie starten met een glutenvrij dieet! Daarna kun je beginnen het ijzertekort aan te vullen.

Mooie bron om te horen over de ins en outs van coeliakie: Medische Publieksacademie UMCG – Glutenintolerantie: https://www.youtube.com/watch?v=Gzdd-9F5ltY

 

 

ALT-711 / alagebrium

Promising medication which did not ‘make it’…

Part 1: Chemistry and Mechanism of Action

Advanced Glycation End Products
ALT-711, also known as alagebrium, is a pharmaceutical compound designed to address a specific biological problem: the accumulation of so-called advanced glycation end products (AGEs) in the human body. To understand how this drug works, we first need to grasp what AGEs are and why they matter.
AGEs form naturally in our bodies through a chemical process called glycation. When glucose molecules are present in our body at high levels -for instance, in people with diabetes or during normal ageing – they bond with or attach to proteins and other molecules in our tissues. These sugar-protein bonds are essentially permanent connections that stiffen and damage the structures they attach to. Some of these bonds are cross-linking bonds: the glucose bond allows two proteins to attach to each other, it acts as a sort of glue, making two protein molecules stick to each other. Over time, such AGEs accumulate in blood vessels, the heart, kidneys, and other organs, causing them to lose flexibility and function properly.

 

The Mechanism: Breaking Chemical Bonds
ALT-711 operates through a unique mechanism that sets it apart from other drugs. Rather than preventing new AGEs from forming (which other compounds like aminoguanidine attempt to do), ALT-711 actually breaks existing cross-links that have already formed between glucose and proteins. Think of it like untangling a knot that’s already been tied—it goes to work on damage that’s already done.

Specifically, ALT-711 cleaves carbohydrate-protein bonds that are characteristic of AGE complexes. This reversal of existing damage is groundbreaking because AGE cross-links were previously thought to be permanent. By breaking these bonds, ALT-711 can theoretically restore flexibility to stiffened tissues, particularly in blood vessels and the heart.

Why This Matters for Blood Vessels and the Heart
When AGEs accumulate in large arteries, they cause arteries to stiffen and lose their natural elasticity. Normally, arteries are flexible tubes that expand and contract with each heartbeat, helping to pump blood throughout the body. When AGEs cause stiffening, this natural pumping action becomes compromised. By breaking AGE cross-links, ALT-711 can restore large artery compliance—essentially returning flexibility and volume capacity to blood vessels. This improved elasticity means blood vessels can function more like they should, potentially reducing strain on the heart and improving overall cardiovascular function.

Chemical Classification
ALT-711 represents a first-of-its-kind class of drugs called AGE crosslink breakers. Unlike previous approaches that focused on slowing AGE formation, this compound targets the fundamental structural problem: the rigid bonds that make tissues stiff and dysfunctional.
The significance of this approach cannot be overstated. If successful, it would represent a therapeutic paradigm shift—moving from prevention to reversal in addressing ageing-related vascular stiffness and dysfunction.

References:
* Treskes M, Wolffenbuttel BHR. Lange termijn schade van diabetes mellitus: de rol van irreversibele glyceringsproducten. Ned Tijdschr Geneeskd 1996; 140: 1299-1303.
* Wolffenbuttel BHR, Boulanger CM, Crijns FRL, Huijberts MSP, Poitevin P, Swennen GNM, Vasan S, Egan JJ, Cerami A, Lévy BI. Breakers of advanced glycation endproducts restore large artery properties in experimental diabetes. Proc Natl Acad Sci USA 1998; 4630-4.
* Mentink CJ, Hendriks M, Levels AA, Wolffenbuttel BHR. Glucose-mediated cross-linking of collagen in rat tendon and skin. Clin Chim Acta 2002; 321: 69-76.

Source for the figures:
* Mentink, C. Thesis AGEs and diabetic complications. Maastricht, 2006
* Ulrich P, Cerami A. Protein glycation, diabetes, and aging. Recent Prog. Horm. Res. 2001;56:1-21.

 

Part 2: Animal Studies

Evidence of Promising Preclinical Results
The available literature indicates that ALT-711 showed promising results in animals before human trials began. These experimental and preclinical studies demonstrated that the drug could improve cardiac function and reduce symptoms in heart failure models. The fact that researchers proceeded from animal studies to human clinical trials suggests that the preclinical safety and efficacy data were sufficiently encouraging to warrant further investigation.

Mechanism Validation in Animal Models
Animal studies focused on validating the proposed mechanism of action—that breaking AGE cross-links would actually restore tissue flexibility and improve organ function.
My group did an extensive study into the mechanism of action of ALT-711, in which we evaluated the effects of treatment with ALT-711 on functional arterial wall properties in diabetic rats. This work was done in the department of Professor Bernard Levy in Paris. Male Wistar rats were made diabetic at the age of 9–10 weeks by i.p. injection of 70 mg/kg of streptozotocin. Only animals that developed blood glucose levels >15 mmol/liter were used. After 9 weeks of diabetes, the animals were divided into three groups: one group was studied to assess the exact hemodynamic changes that were caused by the diabetic state (n = 13), and two groups received ALT-711 (1.0 mg/kg per day i.p.) for either 1 or 3 weeks (n = 8–10 animals in each group) to assess possible reversal of the diabetes-induced cardiovascular abnormalities by treatment with this compound.

The different approaches used in these studies consistently show the beneficial effects of treatment with the AGE breaker ALT-711 on arterial elasticity. In vivo, treatment increased systemic arterial compliance (SAC) and reduced characteristic aortic input impedance (Zc). There was a decrease in carotid artery stiffness, as assessed with ultrasound in vivo and in vitro. These effects seemed to be related to the duration of the treatment, with stronger effects after 3 weeks than after 1 week. The finding of the marked increase in compliance and decrease in impedance cannot be attributed to differences in BP, which did not change during treatment; therefore, it reflects intrinsic modifications of the mechanical properties of the arterial wall. The increase of SAC and decrease of Zc indicate that because of treatment with ALT-711 the stiffness of the aorta was reduced by 25% (SAC) to 35% (Zc) to levels comparable to those observed in nondiabetic animals. This improvement was comparable to our results achieved with preventive treatment with aminoguanidine in diabetic rats.

 

In healthy older monkeys without diabetes, ALT-711 improved both arterial and ventricular function and optimised ventriculo-vascular coupling (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11158613/).

In aged dogs, 1 month of administration of ALT-711 yielded a significant reduction (approximately 40%) in age-related left ventricular (LV) stiffness. This decrease was accompanied by an improvement in cardiac function (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10706607/). Furthermore, in Sprague-Dawley rats made diabetic with a streptozotocin injection, ALT-711 treatment restored LV collagen solubility and cardiac BNP, in association with reduced cardiac AGE levels and abrogation of the increases in RAGE, AGE-R3, CTGF, and collagen III expression (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12623881/). And a study in dogs confirmed these beneficial effects on the heart. Diabetes induced in the aging heart decreased LV systolic function (LV ejection fraction fell by 25%), increased aortic stiffness, and increased collagen type I and type III protein content. ALT-711 restored LV ejection fraction, reduced aortic stiffness and LV mass with no reduction in blood glucose level, and reversed the upregulation of collagen type I and type III. Myocardial LV collagen solubility (%) increased significantly after treatment with ALT-711 (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12946933/).

 

Part 3: Clinical Studies in Humans

will follow soon

 

 

Prepared with assistance by Perplexity.