Op 17 September zijn de resultaten van de EMPA-REG studie wereldkundig gemaakt. In de grote Hellerstrom zaal in het congrescentrum van Stockholm werden de belangrijkste bevindingen door alle aanwezigen, artsen, verpleegkundigen etc. enthousiast ontvangen.
Behandeling met empagliflozin -bovenop bestaande behandeling met o.a. ACE-remmers, cholesterolverlagers, insulin (in 50% van de deelnemers)- had in een groep van ruim 7000 patienten met type 2 diabetes met bestaande hart- en vaatziekte, en dus een hoog cardiovasculair risico, die gemiddeld 3.1 jaar waren gevolgd, de volgende effecten: – 14 % vermindering van de primaire uitkomstparameter, de combinatie van sterfte door een cardiovasculaire oorzaak, niet-fataal myocardinfarct, en niet-fatale beroerte – 38 % vermindering van cardiovasculaire sterfte – 35 % vermindering van opname in een ziekenhuis vanwege hartfalen – 32 % vermindering van overall sterfte.
De gunstige effecten van de behandeling waren al binnen een half jaar zichtbaar. belangrijkste bijwerking waren, zoals al bekend uit eerdere kortlopende studies met het middel empagliflozin, genitale infecties.
De studie heeft circa 3 jaar geduurd. Er zijn geen andere studies die hebben laten zien dat een middel, dat bedoeld is om de bloedglucose waarden zo goed mogelijk te reguleren, een gunstig effect heeft op cardiovasculaire eindpunten, ook niet studies met metformine. Het is goed om te realiseren dat in de UKPDS, gebruikt in een subgroup van 342 obese patienten met recent vastgestelde diabetes, metformine na 3 jaar GEEN ENKEL effect op cardiovasculaire eindpunten had. Dat effect werd pas bereikt na zo’n jaar of 8 (acht). Op dat moment gebruikte al meer dan de helft van deze patiënten ook insuline.
Vanavond 17 september om 17.15 zullen tijdens het EASD congress in Stockholm de onderzoekers van de EMPA-REG OUTCOME studie de resultaten van dit onderzoek bekend maken. Medio augustus was hierover al een kort persbericht de wereld in gezonden.
Wat was de EMPA-REG OUTCOME studie ook al weer? Hier volgt het abstract van het artikel dat de studie-opzet beschrijft, en gepubliceerd is in het tijdschrift Cardiovascular Diabetology van 2014 (vol. 13, pagina 102):
Background: Evidence concerning the importance of glucose lowering in the prevention of cardiovascular (CV) outcomes remains controversial. Given the multi-faceted pathogenesis of atherosclerosis in diabetes, it is likely that any intervention to mitigate this risk must address CV risk factors beyond glycemia alone. The SGLT-2 inhibitor empagliflozin improves glucose control, body weight and blood pressure when used as monotherapy or add-on to other antihyperglycemic agents in patients with type 2 diabetes. The aim of the ongoing EMPA-REG OUTCOME™ trial is to determine the long-term CV safety of empagliflozin, as well as investigating potential benefits on macro-/microvascular outcomes. Methods: Patients who were drug-naïve (HbA1c ≥7.0% and ≤9.0%), or on background glucose-lowering therapy (HbA1c ≥7.0% and ≤10.0%), and were at high risk of CV events, were randomized (1:1:1) and treated with empagliflozin 10 mg, empagliflozin 25 mg, or placebo (double blind, double dummy) superimposed upon the standard of care. The primary outcome is time to first occurrence of CV death, non-fatal myocardial infarction, or non-fatal stroke. CV events will be prospectively adjudicated by an independent Clinical Events Committee. The trial will continue until ≥691 confirmed primary outcome events have occurred, providing a power of 90% to yield an upper limit of the adjusted 95% CI for a hazard ratio of (both doses pooled). Hierarchical testing for superiority will follow for the primary outcome and key secondary outcomes (time to first occurrence of CV death, non-fatal myocardial infarction, non-fatal stroke or hospitalization for unstable angina pectoris) where non-inferiority is achieved. Results: Between Sept 2010 and April 2013, 592 clinical sites randomized and treated 7034 patients (41% from Europe, 20% from North America, and 19% from Asia). At baseline, the mean age was 63 ± 9 years, BMI 30.6 ± 5.3 kg/m2, HbA1c 8.1 ± 0.8%, and eGFR 74 ± 21 ml/min/1.73 m2. The study is expected to report in 2015. Discussion: EMPA-REG OUTCOME™ will determine the CV safety of empagliflozin in a cohort of patients with type 2 diabetes and high CV risk, with the potential to show cardioprotection.
Tijdens het 51e EASD congres in Stockholm (14-18 sept 2015) was een aparte sessie gewijd aan glucose monitoring met behulp van het FreeStyle Libre systeem. Zelf heb ik al een tijdje geleden met zo’n monitoringssysteem rondgelopen, en ik was bijzonder enthousiast over het gebruiksgemak en de geleverde resultaten (zie mijn eerdere blog: Abby, my new girlfriend). Daarna kwam een domper, omdat er nauwelijks sensoren beschikbaar waren in Nederland. Een studie in de Isala klinieken kon door het gebrek aan sensoren niet eens doorgaan. Bovendien zijn zorgverzekeraars niet of nauwelijks bereid gebleken om dit systeem voor hun patienten te vergoeden. ‘Voldoet niet aan de stand van de wetenschap’, aldus OHRA volgens een tweet van Stefanie Rondags, die zelf al lange tijd gebruikster is van de FreeStyle Libre.
Nu zijn de wetenschappers van Ohra niet zo wijd en zijd bekend dat ik helemaal durf te varen op hun deskundigheid, dus ging ik maar eens een second opinion halen op voornoemde internationale EASD congres. In een symposium op maandag 14 september kwamen een aantal experts aan het woord over het FreeStyle Libre systeem en ambulante glucose profielen (AGP).
Ervaringen in Zweden
Dr. Katarina Eeg-Olofsson (foto) van de universiteit van Gothenburg ging in op haar uitgebreide klinische ervaringen met het systeem. Haar afdeling organiseert de start met FreeStyle Libre of in een kleine groep van patiënten die gelijktijdig worden getraind, of op individuele basis. Na 2 weken is er een een telefonisch vervolgconsult, waarbij op grond van de sensor gegevens de behandeling verder wordt bijgesteld, indien nodig. Dr. Eeg-Olofsson rapporteerde de resultaten van een grote studie met 80 patienten met type 1 diabetes en onvoldoende metabole regulatie ondanks frequente zelfcontrole, die volgens dit schema werden begeleid. Het HbA1c daalde na 3 maanden gebruik van in 76 van de 80 patienten. De gemiddelde daling in de hele groep was 1.4%, hetgeen een geweldig resultaat is. Een groot aantal patienten kon langer worden gevolgd, de verbetering persisteerde gedurende een follow-up van 6-9 maanden. Haar algemene conclusie over het systeem is:
The system is easy to use
It gives instant understanding of how glucose levels are affected
It is important to download and analyze the dat to get a comprehensive understanding
The system makes it easier to adjust the insulin doses
Een mooie stand van de wetenschap in Zweden. Er waren wel een aantal patienten met huidreacties door de pleister waarmee de sensor wordt bevestigd. Een patient stopte met het gebruik vanwege een ernstige huidreactie, 5-7% had huidreacties die als ‘matig’ werden gerapporteerd, maar zij konden de sensor blijven gebruiken. Zij kregen wel extra adviezen met betrekking tot huidverzorging.
Mevrouw de Zwart had al enkele jaren een goed ingestelde hypothyreoïdie. Bij haar laatste controle op mijn spreekuur verwees ik haar daarom terug naar haar huisarts. Wél meldde zij nog even dat een paar maanden tevoren haar schildklier preparaat was veranderd; haar apotheek had haar een generiek preparaat meegegeven in plaats van haar vertrouwde thyrax. Er was na de wisseling geen bloed meer geprikt. Wel had zij de laatste maanden wat meer opvliegers, maar ja, de overgang, hé.
Bij het typen van de terugverwijzing bleek het toch allemaal niet zo gladjes. Haar schildklieruitslagen waren een dag later beschikbaar. Deze waarden waren al jaren stabiel rond de 18 pmol/l, maar nu zat zij ineens op 26 pmol/l. Normaal is tussen de 11 en 20 pmol/l. Niet de overgang, maar te veel schildklierhormoon speelde haar parten, en veroorzaakte de klachten die zij interpreteerde als ‘opvliegers’. Ik schreef in de brief aan de huisarts het dringende advies (in grote letters) om terug te gaan naar haar oude preparaat. En zes weken later nogmaals het bloed te laten controleren, voor de zekerheid. Ook vermeldde ik dat de KNMP en NHG generieke substitutie van schildklierhormoon afwijzen.
Eerder schreef ik een stukje over de invoering van de ICD-10 codering, en hoe het onmogelijk is die te gebruiken in een serieuze academische praktijk. Niet alleen aan mij, maar ook aan andere collega’s waren de absurditeiten van de ICD-10 codering opgevallen, en het onvermogen om ‘nieuwe’ diagnosen toe te voegen, zodat dokters daadwerkelijk goed kunnen registreren.
Om die redenen presenteer ik hier mijn persoonlijke lijst van diagnosen, die voor een internist het meest nutteloos zijn. Voor wie zouden ze wel zinvol zijn? De diagnosen zijn afkomstig uit de AMERIKAANSE versie van de ICD-10:
1. Anxiety concerning bankruptcy, code Z59.8
2. Bumping against, into (accidentally) person (s) (code W51) with fall, due to ice or snow, code W00.0
We gaan binnenkort in de ziekenhuizen verplicht over op een nieuwe manier om diagnosen te registreren, namelijk de ICD-10 codering. Dat zou een belangrijke verbetering moeten zijn ten opzichte van de huidige wijze van registreren met de ICD-9 codering. Klopt dat??
Als medisch specialist wil je niet alleen veel voorkomende diagnosen goed registreren, maar ook zeldzamere diagnosen. Zeker als het gaat om patiënten die in een academisch ziekenhuis worden begeleid vanwege een zeldzame aandoening. Bij het voorbereiden van de conversie van ICD-9 naar ICD-10 verwacht je dan dat de registratie alleen maar beter wordt, niet slechter. Nieuw is beter, toch??
Dr. Henk-Jan Aanstoot ontving op 11 september 2014 ruim 1 miljoen dollar voor zijn onderzoek naar Type 1 Diabetes. In dit filmpje vertelt hij wat zijn onderzoek precies inhoudt.
Prof. dr. Casper Schalkwijk uit Maastricht, en Bruce Wolffenbuttel uit Groningen spraken in april 2014 in Amsterdam over de effecten van AGEs in het lichaam, en de wetenschappelijke zoektocht naar pillen die AGEs kunnen remmen of afbreken. De lezingen vonden plaats naar aanleiding was de verschijning van ‘Het anti-AGE-dieet’ van Helen Vlassara.
Het zou nog maar enkele minuten duren, voordat de rechter het vonnis in de rechtszaak zou uitspreken. Het waren voor haar tumultueuze tijden geweest, bedacht Joke. Toch was zij blij dat zij had doorgezet. Het was eigenlijk wel een unieke situatie te noemen, en zij was volkomen doordrongen van het feit dat zij flink wat kosten had moeten maken om deze rechtszaak aan te spannen. Maar uiteindelijk had haar rechtvaardigheidsgevoel het gewonnen van de meningen van allerlei vrienden en bekenden, die haar dit hadden afgeraden. Nochtans, zij vond dat zij het aan haar moeder verplicht was. Haar moeder, die niet aanwezig kon zijn, omdat zij na die fatale nacht volkomen hulpbehoevend was geworden, en na de ziekenhuisopname permanente verpleging nodig had.
Artsennet is opgeheven. Ook mijn blogs op <a=”http://www.artsennet.nl/”>www.artsennet.nl zijn verwijderd. Gelukkig waren het er maar twee. Dit was er één van. Ergens uit 2013, maar nog steeds actueel!
43 CENT
Gek werd zij er van. De betutteling, maar ook de onduidelijkheid en willekeur. Het begon met een brief van de apotheek, waar zij haar recept ging verlengen. Na al zo’n 6 jaar Thyrax gebruikt te hebben, was dit haar routine iedere laatste week van het kwartaal. In bijzondere propagandatermen werd haar het volgende verteld: “Thyrax is de fantasienaam die de fabrikant aan het middel gegeven heeft”. En even verderop: “Andere fabrikanten mogen het middel levothyroxine nu fabriceren en verkopen. Deze fabrikanten steken veel minder geld in promotie, en kunnen dit geneesmiddel tegen een veel lagere prijs verkopen”. “Niet alleen zit er evenveel van de werkzame stof in levothyroxine, maar ook de opname in het lichaam is hetzelfde. …….. Levothyroxine tabletten zijn alleen minder duur. Op die manier helpt u mee om de gezondheidszorg betaalbaar te houden”.
Bij aandoeningen van de schildklier wordt steeds meer aandacht besteed aan restklachten, en het soms niet meer op niveau kunnen sporten. Toch zijn er in de geschiedenis flink wat sporters, die ondanks een schildklierziekte topprestaties leverden. Mijn meest favoriete is het voorbeeld van Gail Devers, vastgelegd in een fraaie autobiografie. Devers ontwikkelde de ziekte van Graves, onderging een behandeling met radioactief jodium, en werd daardoor hypothyreoot. Substitutie met schildklierhormoon herstelde haar stofwisseling, en vervolgens won zij nog twee keer een gouden medaille op de Olympische spelen.
Een ander voorbeeld, dat vaak wordt aangehaald, is dat van Carl Lewis. Lewis beschrijft in zijn autobiografie hoe de diagnose hypothyreoidie werd gesteld, en hoe hij na behandeling in staat was om op de Olympische spelen van 1996 in Atlanta uitstekend te presteren. Echter, enkele jaren geleden werd de diagnose in twijfel getrokken in een artikel in The Wall Street Journal (http://goo.gl/ICA9wq). De endocrinoloog dr. Jeffrey Brown, die Lewis behandelde, wordt beschreven als iemand die bij een ongekend groot aantal topatleten een te traag werkend schildklier vaststelde en behandelde. Schildklierhormoon kan vrij gebruikt worden, en staat niet op de dopinglijst. Maar kan schildklierhormoon iemand’s prestaties verbeteren? Carl Lewis zegt in zijn boek: “The way Dr. Brown explained it, maybe I’m missing only 5% of my body’s capacity to perform, which would be virtually impossible for most people to notice in their daily activities. But 5% is huge for a track and field athlete.” Jammer genoeg blijft de ziektebeschrijving een beetje vaag. Zou Lewis daadwerkelijk anti-TPO antistoffen hebben gehad, zoals bij de ziekte van Hashimoto? Ook is hij getest op de ziekte van Addison, uitval van de bijnierschors; deze test was normaal.
Wat gebeurt er met de schildklierwaarden tijdens inspanning? Een mooi onderzoek is een jaar of 15 geleden gedaan bij topwielrenners die de Ronde van Spanje reden. Tijdens de wielerronde steeg in geringe mate – met name in de 3e week – het vrijT4 en vrijT3 gehalte, maar het TSH gehalte veranderde niet. Bij acute inspanning zien we T4 en T3 eerst iets hoger worden, en bij nog heviger inspanning weer terugkeren naar de beginwaarden. Een onderzoek in 2014 onder ruim 600 topatleten toonde dat zij vergelijkbare waarden van TSH, vrijT4 en vrijT3 hadden als personen uit de algemene bevolking. Dit alles maakt een mens extra nieuwsgierig naar de bloedwaarden van al die atleten met hypothyreoidie. MIJN laatste TSH was 2,0, vrijT4 14,3 (dit is iets lager dan het gemiddelde in Nederland)!
Dit artikel verscheen in het juni nummer van het blad Schild.
Recente reacties