door bw | mrt 9, 2013 | congres
Op woensdag 20 maart 2013 vindt in het Media Plaza te Utrecht de 2de editie van de Landelijke dag: ‘Endocrinologie in de praktijk’ plaats.
Deze nascholing voor internisten wordt onder auspiciën van het Continuüm Endocrinologie georganiseerd. Het programma is door de NIV geaccrediteerd met 5 punten en de volgende onderwerpen komen aan bod:
1 Multidisciplinaire aanpak van bijnieraandoening
Dr. H.J. Timmers, Prof. dr. I.P. Kema, Dr. F.J. Hes, Dr. M.R.W. Engelbrecht
2 Richtlijn Osteoporose
Prof. dr. J. van den Bergh, Prof. dr. P. Geusens, Dr. M.C. Zillikens
3 Financiering van de zorg in Nederland: wat mag het kosten?
Prof. dr. Y.M. Smulders, Drs. M. Ploeg, Mevr. C. ten Damme
4 De toegift: over het tuchtrecht in de gezondheidszorg
Mr. A.D.R.M. Boumans
Start: 10.30 uur.
Locatie: Mediaplaza, Jaarbeursplein 6, 3521 AL Utrecht
Registreren via www.endocrinologieindepraktijk.nl
door bw | mrt 9, 2013 | gezondheidszorg, medicijnen
Eli Lilly Nederland maakte op 6 maart 2013 bekend dat vanaf heden ook mannen met osteoporose een behandeling met Forsteo®, stofnaam teriparatide, onder bepaalde voorwaarden volledig vergoed krijgen. Teriparatide wordt in het Geneesmiddelen Vergoedingssysteem (GVS) opgenomen, uitsluitend voor de behandeling van ernstige osteoporose, gedurende een periode van maximaal 24 maanden voor:
a. Een verzekerde postmenopauzale vrouw die:
1. Ondanks behandeling met raloxifeen, bazedoxifen of strontium ranelaat na twee wervelfracturen opnieuw één of meerdere fracturen heeft gekregen, of
2. raloxifeen, bazedoxifen of strontium ranelaat niet kan gebruiken.
b. Voor een verzekerde man met verhoogd risico op botbreuken die:
1. Ondanks behandeling met bisfosfonaten of strontium ranelaat na twee wervelfracturen opnieuw één of meerdere fracturen heeft gekregen, of
2. bisfosfonaten en strontiumranelaat niet kan gebruiken.
(meer…)
door bw | mrt 6, 2013 | schildklier |
Het is zo’n 2 jaar geleden dat de afgrijselijke ramp in Fukushima (Japan) zich voltrok. Een aardbeving, gevolgd door een tsunami, en daarna een nucleaire ramp omdat door de tsunami de kerncentrale ontregeld raakte. Een uitstoot van radioactief materiaal volgde. Tijd om even stil te staan bij de gevolgen voor de schildklier, omdat endocrinologen hier veel vragen over krijgen.
De schildklier heeft jodium nodig om schildklierhormoon (T4 en T3) te produceren. Daarom neemt het schildklierweefsel actief jodium op uit de bloedsomloop. Een mens heeft zo’n 160 mcg jodium nodig voor een goede schildklierwerking. Bij jodiumgebrek ontstaat een struma (krop). Als bij jonge kinderen ernstig jodium gebrek ontstaat, kan de ontwikkeling van de hersenen slecht verlopen, met alle gevolgen vandien. Dit is de belangrijkste reden dat in Nederland aan het bakkerszout jodium is toegevoegd. Brood en vis zijn de belangrijkste bron van jodium.
Catastrofe
De ramp in Fukushima vond in fasen plaats. Allereerst ontstond op 11 maart 2011 een zeebeving, waardoor een tsunami (een grote vloedgolf van in dit geval ruim 14 m hoog) werd veroorzaakt, die de omgeving van Fukushima overspoelde. Aan de kust staat de kerncentrale. Deze kerncentrale van Fukushima behoorde tot de grootste 25 ter wereld, maar was al redelijk oud. Er zijn 6 reactoren, en de eerste was al vanaf 1971 in bedrijf. Na de aardbeving werden de drie actieve reactoren automatisch buiten bedrijf gesteld, maar door de schade van de tsunami werden de generatoren die de kerncentrale (reactoren 1, 2 en 3) moesten helpen koelen, onklaar. Door oververhitting van de splijtstaven en meerdere explosies kwam een flinke hoeveelheid radioactief materiaal vrij in de omgeving. Aanvankelijk werd een gebied van 3 km rond de centrale geëvacueerd, een dag later werd besloten dat een gebied binnen een straal van 20 km diende te worden geëvacueerd. Al we de beschikbare informatie goed interpreteren, zijn er toch in de omgeving gebieden geweest waar inwoners veel straling hebben opgelopen, bv in het stadje Namie. Weer een maand later werd de evacuatiezone verder uitgebreid naar een straal 30 km.
De totale hoeveelheid ontsnapte radioactiviteit wordt geschat op 900.000 TBq. Ook in de zee is een flinke hoeveelheied radioactief koelwater terecht gekomen. De uitstoot van radioactief materiaal zou echter minder dan 20% zijn van de hoeveelheid die vrij is gekomen bij de catastrofale ramp van Tsjernobyl in 1986. Een commissie van de WHO schatte in 2012 dat in de meeste gebieden waar de bevolking NIET was geëvacueerd de stralingsdosis voor personen minder dan 10 mSv (millisievert) was. In twee gebieden was de straling tussen de 10 en de 50 mSv. Goede gegevens over de straling binnen de evacuatiezone waren er niet. Met name op 15 maart werd op het centrale terrein van het kerncentrale-complex een zeer hoge straling gemeten. Toen waren de inwoners in de omgeving gelukkig al lang geëvacueerd. Door de tsunami zelf kwamen meer dan 24.000 mensen om het leven. Het aantal personen dat overleed door de kernmramp is waarschijnlijk klein; de meeste bronnen spreken over 3 doden, niet door radioactieve straling, maar door de explosies. Desalniettemin zijn er berichten over erg hoge stralingsniveau’s in het centrum van de reactor (http://goo.gl/kecmJ).
(meer…)
door bw | mrt 3, 2013 | gezondheidszorg
The real reason why men started to drink…
door bhrw | feb 27, 2013 | wetenschap
February 27, 2013, was the day of the thesis defense by dr. Walter K.H. Kuchenbecker. Title of his thesis was Obesity and female infertility. Promotores were prof. J.A. Land and prof. B.H.R. Wolffenbuttel, co-promotores were dr. A. Hoek and dr. H. Groen .


Obesity in women is associated with an increase in infertility and more pregnancy complications. The cost per live birth after fertility treatment is almost two-fold higher in women with obesity compared to women of normal weight.
Obesity related infertility and pregnancy complications are determined by body fat distribution. Accumulation of fat around the abdomen and especially accumulation of intra-abdominal fat are a risk factor for infertility and pregnancy complications. Ultrasound measurement of intra-abdominal fat is a reliable, cheap and accessible tool to study the effects of intra-abdominal fat on female reproduction. The measurement of serum adipokines, the secretory products of adipose tissue, does not adequately reflect body fat distribution parameters. Weight loss in obese and infertile women is associated with more spontaneous pregnancies and a decrease in pregnancy complications. In anovulatory women with polycystic ovary syndrome, loss of intra-abdominal fat is associated with resumption of ovulation. In structured lifestyle programmes many women who are obese and infertile show poor compliance and experience difficulty in losing weight, leading to high drop-out rates. Future studies should aim to identify risk factors for drop-out and design individualised lifestyle programmes in order to limit drop¬-out. Weight loss medication and bariatric surgery may be considered in women with severe obesity and infertility in order to achieve sufficient weight loss and limit the serious obesity related pregnancy complications. In view of the serious obesity related pregnancy complications, women with a BMI > 35 kg/m2 should not be offered fertility treatment.
door bw | feb 13, 2013 | gezondheidszorg

Elke keer als ik Christine zie, moet ik lachen. Zij staat in een advertentie met een bord, waarop te lezen valt: “4,9”.
In de begeleidende tekst staat dat 4 weken geleden haar cholesterol nog 5,3 was. En dat zij met kwistig smeren van becel proactiv nu een cholesterol van 4,9 heeft.
Het is wel sneu, als je bedenkt dat je cholesterolgehalte SPONTAAN van dag tot dag zeker 10% varieert. Dus wat de ene dag 5,3 is, kan een andere dag gemakkelijk 4,8 zijn.
Zou Christine dat weten? Dat het getal van 4,9 helemaal niets zegt over de effecten van becel proactiv.
door bw | dec 18, 2012 | diabetes
Op de website www.medicijnbalans.nl gaan dr. Bas Houweling, kaderhuisarts diabetes en voorzitter Langerhans en prof. dr. Bruce Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog in het UMCG in Groningen in discussie in een webcast onder leiding van Ruud Coolen van Brakel, directeur van het IVM. Zij bespreken de stand van zaken rond de nieuwe bloedglucoseverlagende middelen: de DPP-4 remmers.
DPP-4 remmers verlagen de bloedglucose doordat zij het enzym dipeptidyl-peptidase-4 remmen, dat het hormoon GLP-1 afbreekt en daardoor onwerkzaam maakt. GLP1 stimuleert juist de afgifte van insuline na een maaltijd. DPP-4 remmers verlagen het HbA1c nagenoeg even goed als sulfonylurea, zij leiden alleen tot minder gewichtstoename en veroorzaken geen hypoglycemieën. Omdat het nieuwe medicamenten zijn, zijn ze wel een stuk duurder dan de bestaande middelen.
U kunt de video zien op: http://www.medicijnbalans.nl/webcast/120
door bw | dec 16, 2012 | diabetes
Recent hebben wij een artikel geschreven over de nieuwe consensus richtlijnen voor de behandeling van type 2 diabetes, zoals deze halverwege 2012 door de ADA en EASD zijn gepubliceerd. Dit artikel wordt gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie. Helaas zijn de correcties in het artikel door tijdsdruk bij de uitgever (m.i. het resultaat van slechte planning) niet overgenomen.
HIER kunt u daarom het artikel downloaden met de juiste correcties.
door bw | dec 15, 2012 | diabetes, medicijnen
Sinds zo’n 3-4 jaar zijn voor de behandeling van mensen met type 2 diabetes mellitus GLP1 analogen op de markt gekomen. Deze middelen verlagen de bloedglucose spiegel, en daarnaast hebben zij een effect op het verzadigingsgevoel en de maagontlediging. Eén van de grote voordelen is gewichtsreductie. Mensen raken beter ingesteld, hun bloedglucose waarden normaliseren, en zij vallen een aantal kilos af. Sommige patiënten wel tot 15 kg!!
Om die reden lijkt de combinatie van een GLP1 analoog met insuline een aantrekkelijke optie. De effecten van (intensieve) insuline therapie, die door patiënten het meest gevreesd worden, zijn gewichtstoename en hypo’s, en juist door de combinatie van de twee medicijnen zouden deze bijwerkingen minder optreden. Her en der zijn patiënten met type 2 diabetes met een combinatie van insuline en een GLP1 analoog behandeld. Meestal gebeurde dat op incidentele basis, nog voordat in klinisch studies een geode onderbouwing van deze combinatie was vastgesteld, en zonder dat via een goed onderzoeksprotocol, door een METC goedgekeurd en op www.clinicaltrials.gov geregistreerd, de effecten systematisch en prospectief werden geregistreerd.
Als voorbeeld: Nayak en collega’s (QJM 2010;103:687-694) publiceerden een zgn. audit onderzoek van de resultaten van toevoeging van exenatide aan bestaande insuline behandeling. Zij beschreven een afname van het gewicht van 10 kg gemiddeld en afname van de insuline dosering van gemiddeld 144 naar 51 eenheden per dag bij een groep ernstige obese diabetes patiënten, met een BMI van ruim 43 kg/m2 bij aanvang. Echter, na gebruik van de combinatie gedurende 6 maanden was het HbA1c gehalte nog altijd gemiddeld 8.6% was, een teken van heel matige diabetes regulatie (om het vriendelijk te stellen). Deze studie werd derhalve geplaagd door zowel een gebrek aan een adequate controle groep als een volstrekt insufficiënte glycemische regulatie door onderdosering van insuline.
Recent hebben wij een review artikel gepubliceerd waarin de voor- en nadelen van combinatie van een GLP1 analoog en insuline worden besproken, op grond van de gepubliceerde medische literatuur. U kunt dit artikel HIER gratis downloaden.
door bw | dec 15, 2012 | gezondheidszorg, schildklier
Het klinkt altijd zo mooi, betrek de patiënt bij de keuze van de behandeling. Natuurlijk is dat terecht, een behandeling waar je achter staat, slaat beter aan. Bij sommige behandelingen is dat gemakkelijker dan bij andere. Werkt je schildklier te langzaam, dan is er niet zo iets als een pacemaker, die hem weer aan het werken brengt, iets dat bij het hart nog wel eens werkt. Een trage schildklier betekent schildklierhormoon gaan slikken.
Bij een te snel werkende schildklier is er wel keuze. Zowel medicijnen, radioactief jodium, als een operatie behoren tot de mogelijkheden.
(meer…)
door bw | dec 15, 2012 | gezondheidszorg, schildklier |

Toelichting: rond de 5% van vrouwen krijgen na de bevalling een stoornis van de schildklier. Goede getallen voor Nederland zijn mij niet bekend. In meer dan de helft van de situaties is er sprake van verhoogde schildklierhormoon waarden. Schildklier stoornissen ontstaan vaker bij specifieke groepen, zoals vrouwen met type 1 diabetes.
Een mooi overzicht is te vinden op www.thyroidmanager.org: http://www.thyroidmanager.org/chapter/thyroid-regulation-and-dysfunction-in-the-pregnant-patient/#toc-postpartum-thyroid-dysfunction
Recente reacties