Altmetric

Altmetric: een moderne manier om de impact van wetenschappelijk onderzoek te meten.

 

 

Stel je voor: je bent arts of wetenschapper en je publiceert een artikel over een nieuw medicijn of een klimaatmodel. Traditioneel meet je succes aan de hand van citaties in andere wetenschappelijke artikelen – hoe vaak anderen je werk aanhalen. Maar dat duurt jaren en zegt weinig over wat er buiten de academische wereld gebeurt. Hoe weet je of journalisten erover schrijven, of het op sociale media besproken wordt, of hoe en wanneer beleidsmakers het gebruiken? Hier komt Altmetric om de hoek kijken. Dit programma, gebaseerd op altmetrics (alternatieve meetmethoden), volgt de online aandacht voor iemand’s onderzoek en geeft een breder beeld van de impact.

Altmetric is een systeem dat automatisch data verzamelt uit tientallen bronnen op internet. Denk aan sociale media zoals Twitter, BlueSky en Facebook, waar mensen je artikel delen of bespreken. Het haalt ook info van kranten als The Guardian of New Scientist, blogs van onderzoekers of organisaties zoals Cancer Research UK, en tools als Mendeley waar wetenschappers artikelen opslaan en aanbevelen. Zelfs niet-Engelstalige media en beleidsdocumenten worden meegenomen. Het slimme is dat Altmetric ‘linkt’ herkent: een tweet over een samenvatting van een wetenschappelijk artikel op PubMed, een krantenartikel via de uitgever en een blog – allemaal over hetzelfde artikel – worden samengevoegd tot één overzicht.

Het hart van Altmetric is de zogenaamde Altmetric Attention Score, een getal in een kleurrijke ‘donut’ of badge die je vaak ziet bij artikelen op websites van tijdschriften. Deze score vat de hoeveelheid en kwaliteit van de aandacht samen. Een algoritme berekent het door factoren mee te wegen zoals het bereik van de bron (een tweet van een beroemde professor telt zwaarder dan een random post), de taal, en of het positief of negatief is. Het is geen perfecte wetenschap – het is een momentopname die continu update – maar het geeft snel inzicht in hoe je werk resoneert.

 

Een voorbeeld, aan de hand van één van onze artikelen:

 

Voor wetenschappers biedt dit enorme voordelen, vooral in een tijd waarin ‘open science’ en maatschappelijke relevantie steeds belangrijker worden. Traditionele metrics zoals de Journal Impact Factor (JIF $) berekenen vooral citaties in topbladen en negeren boeken, blogs of praktijkimpact. Altmetrics corrigeren dat: ze tonen niet alleen berichten over een artikel, maar ook hoe je onderzoek de samenleving raakt – via nieuws, beleid of publiek debat. Bijvoorbeeld: scoort je artikel hoog op Twitter? Dan bereikt het veel niet-wetenschappers, mensen van patiënten organisaties, en misschien ook policymakers. Er zijn steeds meer mensen die bijvoorbeeld preprint-servers (websites waar artikelen worden verzameld / gedeponeerd die nog niet door reviewers beoordeeld en gepubliceerd zijn) volgen en screenen wanneer weer een artikel wordt gepubliceerd over hun favoriete onderwerp. Wordt het genoemd in een rapport? Dat wijst op praktische toepassing.

Met de gratis Altmetric-bookmarklet (een browser-extensie) check je direct de score van elk artikel via DOI * of PMID **. Instellingen zoals universiteiten hebben vaak toegang tot Altmetric Explorer for Institutions (EFI), een dashboard waar je zoekt op auteur, afdeling of groep. Zo zie je welke papers van jouw groep het meest besproken worden, inclusief sentimentanalyse (positief/negatief) en demografische details over wie erover praat. Handig voor grant-aanvragen: “Kijk, ons werk werd opgepikt door 50 media en 200 tweets!” Het helpt ook om trends te spotten, zoals groeiende aandacht over de tijd, en om te netwerken met wie je werk deelt.

 

$ JIF: De Journal Impact Factor (JIF), ook wel impactfactor genoemd, is een maat die de gemiddelde citatiefrequentie van artikelen in een wetenschappelijk tijdschrift aangeeft. Hoe hoger de JIF, hoe vaker artikelen uit dit tijdschrift geciteerd worden door andere onderzoekers.
* DOI: een Digital Object Identifier (DOI) is een unieke, permanente alfanumerieke code die wordt toegewezen aan digitale objecten, zoals wetenschappelijke artikelen, datasets en rapporten. Het functioneert als een “digitale vingerafdruk” die zorgt voor duurzame vindbaarheid en citeerbaarheid.
** PMID: een PMID (PubMed Identifier) is een uniek nummer dat door de National Library of Medicine (NLM) in de VS wordt toegewezen aan elk artikel in de PubMed-database (https://https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/). Met dit unieke nummer kun je wetenschappelijke biomedische publicaties snel en accuraat terugvinden, zonder de volledige titel of auteursnaam nodig te hebben.

 

Maar die sentiment analyse, die blijkt vaak niet te kloppen. Althans, ik bekeek dit voor enkele negatieve “beoordelingen” door Altmetric. In meerdere gevallen werd de referentie naar één van mijn publicaties, gebruikt om een bewering van iemand te ontzenuwen, als negatief beoordeeld. Ook hier een voorbeeld: ons NHANES-artikel krijgt een negatieve beoordeling van Altmetric op basis van deze tweets. Onbegrijpelijk.:

Altmetric geeft daarom terecht een uitgebreide disclaimer:
“This feature uses AI to assign sentiment scoring to posts that mention research. Although the quality of AI outputs is often high, they may contain incorrect information. The validity of the output should be verified by reviewing the referenced documents.”

Het is mogelijk om een negatieve beoordeling van een kanttekening te voorzien, maar het is mij volstrekt onduidelijk wat Altmetric precies met deze feedback doet.

 

Altmetric is een aanvulling, geen vervanging voor citaties. Het is vluchtig – een hype op social media kan morgen weg zijn – en niet altijd betrouwbaar voor evaluaties. Experts waarschuwen: gebruik het kwalitatief, naast expert-oordeel, zoals in het Leiden Manifesto voor onderzoekmetrics (https://www.leidenmanifesto.org/). Focus niet blind op getallen; ze ondersteunen verhalen over bereik en invloed. Desondanks transformeert het de wetenschap: het maakt impact meetbaar op het ‘sociale web’, waar onderzoek sneller leeft en breder landt.

 

Samenvattend, Altmetric helpt wetenschappers hun werk zichtbaarder te maken, en geeft inzichten in zaken als impact en relevantie. In een wereld waar wetenschapsfondsen en universiteiten steeds meer waarde hechten aan maatschappelijke impact, is dit veel waard. Het moedigt artsen en onderzoekers aan om gegevens en resultaten van wetenschappelijk onderzoek te delen, breed te communiceren en te laten zien dat wetenschap niet alleen in ivoren torens blijft, maar de hand reikt naar de echte wereld.

Links:
https://libguides.ru.nl/medisch/bibliometrie/
https://mindthegraph.com/blog/nl/altmetric/
https://library.maastrichtuniversity.nl/database/altmetrics/
https://uba.uva.nl/content/nieuws/2025/01/library-research-hack-altmetric-explorer.html?cb

 

 

Sociale media en schildklier

We zien het steeds vaker, de sterkte en het plezier van sociale media. Mensen stellen een vraag op Twitter of Facebook en worden geholpen door de spontane reacties van groepsmoderatoren, lotgenoten of andere mensen die meelezen, soms volstrekt onbekenden. De meeste uitwisseling van (medische) informatie gaat – denk ik – in besloten groepen op Facebook. SON heeft ook zo’n groep waarin veel berichten worden uitgewisseld. Mensen worden er gerustgesteld, op weg geholpen, beter geïnformeerd (‘heb ik nou Graves of niet?’), en vinden er laagdrempelig heel veel informatie. Men deelt de laatste Europese richtlijn voor de behandeling van de ziekte van Graves, of de resultaten van onderzoek naar lange-termijnbehandeling met Strumazol van professor Azizi. Ook Schildkliertje en de groep over titratiebehandeling bij Graves zijn de moeite waard.

Bijzonder is wel dat mensen in deze groepen veel persoonlijke informatie delen. Dat maakt hen ook weer kwetsbaar. Twitter wordt nogal eens gebruikt voor klachten: ‘Ik wacht al een uur, wanneer ben ik aan de beurt bij mijn specialist?’ En: ‘Het wondermiddel voor schildklierklachten dat artsen geheimhouden!’ Grote bedrijven monitoren sociale media als Twitter en reageren snel bij een klacht. Soms leiden de reacties op een vraag op Facebook tot verwarring. Zo raakte iemand in paniek omdat bij bloedcontrole het bilirubine licht verhoogd was. De reacties ‘Je lever is niet goed’, ‘Bilirubine is giftig voor het lichaam’ hielpen niet.

Facebook kan hartstikke nuttig zijn, maar zou ook een disclaimer moeten hebben: Het lezen van berichten kan u ongerust maken. Veel groepen hebben zo’n disclaimer; hun moderatoren blijven ook herhalen: ‘Wij zijn geen artsen. Voor een medisch oordeel, raadpleeg je huisarts of specialist.’ En: ‘Niemand is hetzelfde; wat voor de één prima werkt, kan bijwerkingen geven bij een ander.’ Soms is het leed aanzienlijk, zijn mensen in verwarring omdat zij een andere behandeling krijgen dan verwacht, zoals bij een door cordarone veroorzaakte te snelle schildklier.

Over nepnieuws op sociale media is al veel geschreven. John de Mol won begin november de rechtszaak tegen Facebook over nepreclames voor bitcoins. Het recente voorval met een vliegtuig op Schiphol was helemaal geen kaping. Mensen kunnen aanprijzen wat ze willen: pillen, B12-infusen om af te vallen en voor meer energie (‘Madonna en Brad Pitt gebruiken het ook’). Wees daarom altijd kritisch en zorgvuldig wanneer je berichten leest of – verder – deelt met anderen. Het voorkomt onnodige paniek.

Dit blog verscheen in het december 2019 nummer van het magazine Schild.

‘Vaak’

Twee berichten vanochtend op de websites van het AD en de Telegraaf.
Screen Shot 2015-11-03 at 09.03.08

Vaak = 15% aldus het AD.

Screen Shot 2015-11-03 at 09.01.18

15% = 5% volgens de Telegraaf.

Als ‘Vaak’ 15% is, wat betekent dit in bv. voetbaltermen? NAC en Go Ahead Eagles wonnen in het seizoen 2014-2015 ‘vaak’ hun wedstrijden, NAC 6 van de 34, en GA Eagles 7 van de 34. Toch degradeerden zij.

Men kwaakt dus maar wat raak als het gaat om termen als ‘vaak’, ‘regelmatig’. Hierbij een handreiking mbt de nieuwe nomenclatuur, hoe lees ik de krant en zijn beweringen:
Vaak = in 15% van de gevallen
Soms = 25%
Altijd = 79.8375%
Regelmatig = 21.6%
Doorgaans = 43%
Nogal eens = 12%
Nooit = 10%
Gemiddeld = 41%

 

Artsen en sociale media (2)

In navolging van buitenlandse organisaties en sommige Nederlandse ziekenhuizen heeft de KNMG nu ook een (concept) richtlijn gemaakt hoe artsen met social media moeten omgaan. In een negental aanbevelingen worden de belangrijkste aspecten van gebruik van sociale media besproken. Sommige aanbevelingen zijn vanzelfsprekend, waaronder die rond privacy van de patiënt.

Aanbeveling 5 vind ik wel mooi omschreven: ‘Doe geen uitspraken op social media die u ook niet bij de koffieautomaat of op het NOS journaal zou doen.’ Ook wordt in de toelichting ingegaan op het publiceren van bepaalde medische informatie op social media, zelfs al is die geanonimiseerd, omdat dit schadelijk kan zijn voor het vertrouwen dat patiënten in een arts hebben. Er is een smalle marge tussen transparantie en te veel openheid als het gaat om privacy gevoelige informatie.

Het concept is te vinden op:
http://knmg.artsennet.nl/Nieuws/Nieuwsarchief/Nieuwsbericht-1/Concept-Handreiking-Artsen-en-Social-Media.htm

Artsen en sociale media

De ‘Australian Medical Association Council of Doctors-in-Training’, de ‘New Zealand Medical Association Doctors-in-Training Council’, de ‘New Zealand Medical Students’ Association’en de ‘Australian Medical Students’ Association’ hebben gezamenlijk een richtlijn uitgevaardigd over het gebruik van sociale media door artsen.

In deze richtlijnen worden een aantal handreikingen gegeven over het gebruik van sociale media, met een aantal treffende voorbeelden van ‘hoe het niet moet’. Artsen die twitteren of een uitgebreide Facebook pagina bijhouden moeten zich realiseren wat de gevolgen kunnen zijn van hun berichten.
In een aantal voorbeelden worden de volgende uitgangspunten besproken:
1. wees voorzichtig met wat je zegt of schrijft, en hoe je het zegt / schrijft.
2. houd goed onderscheid tussen vrienden en andere bekenden.
3. houd er rekening mee wat er met je gegevens of uitlatingen gebeuren kan.
4. houd actieve controle over je privacy, met name bij communities als Facebook..
5. handhaaf de hoogste professionele standaard.

Van harte aanbevolen voor alle bloggende en twitterende medici.

Link: http://ama.com.au/socialmedia