De nieuwe ADA / EASD richtlijn – complex

De behandeling van type 2 diabetes wordt meer complex. Enerzijds is dat vanwege de multimorbiditeit, die patiënten met type 2 diabetes zo kenmerkt. Het gaat dan niet alleen om type 2 diabetes met eventuele complicaties, maar ook artrose, reumatische klachten, COPD, hartfalen, gastro-intestinale problemen (1-4). Hierbij kan het zijn dat de behandelrichtlijnen van twee coïncidente aandoeningen elkaar tegenspreken. Anderzijds neemt de complexiteit van behandelalgorithmes toe door het beschikbaar komen van nieuwe medicamenten, waarvan de plaats in de behandeling nog verre van duidelijk is (5). Internationale richtlijnen kunnen voor de medicus practicus een handvat bieden voor de best mogelijke behandeling (6-8). Richtlijnen lopen echter gemiddeld drie tot vijf jaar achter bij de actuele ontwikkelingen op gebied van farmacotherapie. Bovendien zijn de bestaande richtlijnen nog altijd niet optimaal (om het vriendelijk te zeggen), als het gaat om de best mogelijke kosteneffectieve behandeling van de individuele patiënt.

(meer…)

De nieuwe ADA / EASD richtlijn – HbA1c doelen

Post-authorisatie studies

Al in 2003 schreven dr. Henk-Jan Aanstoot, kinderarts (thans werkend bij Diabeter in Rotterdam, www.diabeter.nl) en ik een artikel over beoordeling van de lange termijn effecten van nieuwe  geneesmiddelen. Dit gebeurt na registratie en op de markt komen van nieuwe medicamenten, op het moment dat er nog nauwelijks gegevens beschikbaar zijn over het gebruik van deze middelen gedurende meerdere jaren. Deze studies hebben wij toen omschreven als “Post Authorisatie Studies”. Toch blijkt dat het melden van bijwerkingen slechts mondjesmaat gebeurt. Het blijkt dat van bestaande middelen als insuline helemaal geen bijwerkingen meer worden gemeld.

HIER vindt u een kopie van dit artikel.

 

De nieuwe ADA / EASD richtlijn – HbA1c doelen

Mijn oratie in 2004

Het is al weer ruim 8 jaar geleden dat ik mijn inaugurele rede hield. Met deze openbare lezing aanvaardt een hoogleraar zijn ambt en leeropdracht. Als ik terugkijk naar wat ik toen heb geschreven, dan is veel nog altijd actueel.

Over de aandoening ‘diabetes mellitus’ schreef ik in de samanvatting het volgende:

(meer…)

Zelfcontrole strips bij type 1 diabetes

Mensen met type 1 diabetes controleren meerdere malen hun bloedglucose spiegel zelf, met een prikapparaatje en een bloedglucosemeter. Hierdoor kunnen zij zo goed mogelijk hun stofwisseling in de gaten houden, en bijsturen als de glucose spiegel te laag dan wel te hoog wordt. Sommige personen met type 1 diabetes zijn minder stabiel ingesteld dan anderen, of voelen hun hypo’s niet goed aankomen, en meten derhalve wel 8-10 keer per dag. Zij gebruiken dan meer strips dan ‘standaard’ wordt toegestaan door een zorgverzekeraar. De behandelend arts of diabetesverpleegkundige moet dan een machtiging indienen voor vergoeding van extra strips.

O ja, bij type 1 diabetes maak je geen insuline meer, en moet je JE HELE LEVEN insuline spuiten. Dat even ter informatie.

Het is al weer zo’n jaar of 11 geleden dat ik voor één van mijn patiënten bij een in het zuiden gevestigde zorgverzekeraar een machtiging voor extra strips aanvroeg. Het retourantwoord van de zorgverzekeraar was briljant: “Heeft verzekerde nog steeds type 1 diabetes?” Je kunt natuurlijk zeggen dat dit al lang geleden was, en dat toen de kennis over diabetes beperkt was. Misschien moet je dan niet gaan werken bij een organisatie als een zorgverzekeraar, waar je de hele dag met medische vragen en problemen te maken hebt. Eigenlijk was ik wel een beetje blij met het antwoord. Ik stel me dan een leuk iemand voor die echt het idee heeft dat dokters type 1 diabetes al kunnen genezen. Uiteindelijk heeft deze jongeman zijn machtiging wél gekregen.

De volgende anecdote is nog amusanter, en dateert van 2012, enkele maanden geleden. Eén van mijn patiënten die al 20 jaar insuline spuit. Zijn apotheek declareert de verstrekte insuline direct bij de zorgverzekeraar. Ook voor hem vroeg ik een machtiging voor meer strips aan, en het antwoord van de zorgverzekeraar was nog genialer: “Aangezien wij niet kunnen nagaan of patiënt insuline spuit, kunnen wij de aanvraag niet honoreren”.

 

Hypohond

Eén van mijn collega’s is voor een patiëntje met type 1 diabetes sterk wisselende bloedglucose waarden op zoek naar een hypohond, én naar een zorgverzekeraar die dit wil bekostigen. Een hypohond is een hond, die speciaal getraind wordt om bij een persoon met diabetes lage bloedsuiker waarden (hypo’s) maar ook hoge bloedsuiker waarden te herkennen door de specifieke geur, die hierbij ontstaat.

Voor informatie zie bv dit stukje: http://hulphondfallyn.blogspot.nl/2012/01/wat-is-een-hypo-hond.html

Dr. Loek de Heide in het MCL heeft ervaring met een patiënt, zie hiervoor blz 8 van dit nummer van het personeelsblad van het Medisch Centrum Leeuwarden: http://www.mcl.nl/Downloads/2251/2011%20@MCL%204.pdf

De ervaringen van een jongeman met type 1 diabetes in de VS zijn fraai uitgelegd in het volgende filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=1XIANV6Dhvc

 

Bezuinigen voor beginners – 1

In de benchmarking van de Nederlandse diabeteszorg wordt geëist dat bij iedere patiënt met diabetes ieder jaar het totaal cholesterol en HDL-cholesterol gehalte wordt gemeten. Dat moeten wij ook jaarlijks rapporteren. Als blijkt dat je dat bij minder dan 80% hebt gedaan, dan ben je ‘slecht’, en verdien je in de Top-100 van het Algemeen Dagblad minder punten. Is dat allemaal wel nodig?

 

(meer…)

De schouders onder preventie

Het moment is aangebroken om met z’n allen de schouders onder preventie van diabetes te zetten.

Interview met Bruce Wolffenbuttel door: drs Guido J.L. van de Wiel.

Dit interview over preventie van type 2 diabetes is opgenomen in het boek Diabetes What’s Up (ISBN 978-90-814275-0-0). Dit boek is te bestellen via de website www.healthinvestment.nl.

Kunt u iets vertellen over de trends waar u via uw LifeLines-onderzoek op gestuit bent?

Binnen het LifeLines-onderzoek screenen wij mensen uit de algemene bevolking. Er zijn tot nu toe ruim 70.000 mensen uit Noord-Nederland onderzocht. Uiteindelijk zullen er 165.000 mensen in deze cohortstudie onderzocht worden. We gaan deze groep dertig jaar volgen, om zo beter inzicht te krijgen in het ontstaan van chronische ziekten, zoals diabetes type 2. Nu al blijkt dat ruim 1 op de 100 mensen in deze groep een nuchtere bloedglucosewaarde heeft van hoger dan 7, terwijl men dat nog niet wist. Dit is, met andere woorden, de groep mensen die met onontdekte diabetes rondloopt in Nederland. Als we de uitkomsten vervolgens corrigeren voor alle factoren en hier een landelijk cijfer aan trachten te koppelen, dan zijn dit de eerste voorzichtige resultaten: er lopen in Nederland tussen de 200.000 en 300.000 mensen rond rond met onontdekte diabetes type 2. Dat getal moet je optellen bij de 800.000 of 900.000 diabetespatiënten die we al hebben.[1] Daarnaast weten we dat er in Nederland nog eens 900.000 mensen zijn met prediabetes, doordat zij een verstoorde glucosehuishouding hebben. Deze cijfers geven weer hoe groot het probleem eigenlijk is.

In 2002 was de prognose van experts – waaronder uzelf – dat we in 2010 waarschijnlijk een half miljoen diabetespatiënten zouden hebben. Dat getal is inmiddels ver overstegen…

Slecht geschat, hè?

…terwijl dit nota bene al als alarmerend cijfer werd gepresenteerd. Hoe verhouden de cijfers van Nederland zich tot andere landen?

Uiteindelijk valt het – hoe gek het ook klinkt – in Europa nog mee vergeleken met andere delen van de wereld. Als je de onontdekte en ontdekte diabetespatiënten bij elkaar optelt, zitten we in Nederland nu op ruim één miljoen mensen met diabetes. Er is in Nederland dus sprake van een diabetesepidemie waarbij ongeveer 6% van de bevolking diabetes heeft. In ontwikkelingslanden is dat percentage nog veel hoger, soms zelfs veel meer dan het dubbele.

(meer…)

Open Access??? My …!!!

Er wordt veelvuldig opgeroepen om artikelen in Open Access tijdschriften te publiceren, zodat de wetenschappelijke wereld snel van nieuwe inzichten en resultaten op de hoogte is. Toch hanteren nog een aantal tijdschriften een beleid, waarin pas na een jaar een artikel openbaar beschikbaar komt. Dan moet je geduld hebben.

Sommige uitgevers en tijdschriften maken het nog veel bonter. Wiley en het British Journal of Obstetrics & Gynaecology (BJOG) vragen zelfs nog geld voor publicaties uit 1992. Het is natuurlijk bizar dat een uitgever nog steeds geld wil vangen voor een artikel van 20 jaar geleden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat rechtstreeks via Wiley niet lukte om een pdf bestand van het artikel te downloaden, probeerde ik het vervolgens via mijn Universiteitsaccount. Het bleek nog veel bizarder dan ik dacht. Alleen artikelen van het BJOG vanaf 1997 kan ik ‘free access’ benaderen, artikelen van vóór 1997 niet. Dat betekent dus dat ik voor dit artikel uit 1992 (ouwe meuk, zou je zeggen), benaderd via de universiteitsbibliotheek, ook moet betalen. De rekening was 41 dollar, tel uit je winst.

 

 

 

 

 

 

 

Friesland

In april zag ik mevrouw R. weer op controle. Zij is inmiddels 65 jaar. In april 2011 was zij voor het laatst op de poli geweest, vanwege o.a. hoge bloeddruk na problemen met de bijnieren, waarvoor zij 2 bloeddrukverlagende middelen gebruikt. Toen bleek dat zij type 2 diabetes had ontwikkeld. Zij had haar voeding optimaal aangepast, en nam inmiddels metformine 2 x daags 500 mg. Omdat haar cholesterol duidelijk te hoog was, adviseerde ik de huisarts om haar simvastatine 40 mg voor te schrijven. In vele wetenschappelijke studies is het gunstige effect van deze behandeling beschreven, vandaar dat dit in de standaarden en richtlijnen is opgenomen. Ook adviseerde ik een fundusfoto, op basis van die zelfde nationale en internationale richtlijnen. Diabetes kan immers leiden tot netvliesschade, ongeveer 20% van de patiënten heeft al een vorm van netvliesschade bij stellen van de diagnose diabetes.

Tot mijn verbazing was er na april 2011 niets op medisch vlak gebeurd. O ja, enkele weken eerder had zij huisbezoek gehad van iemand, die haar voor haar diabetes kwam spreken. De functie van deze hulpverlener wist zij niet. Simvastatine gebruikte patiënte niet, en een fundusfoto of oogonderzoek was niet verricht. Zij had nog één keer haar huisarts gezien. Zij vertelt wat deze tegen haar had gezegd: ‘dat roepen ze wel zo in Groningen, maar hier in Friesland doen we dat anders’.

Ik druppelde haar ogen, zodat zij die middag alsnog een fundusfoto kon ondergaan. Gelukkig toonde die nog nauwelijks afwijkingen. En na bloedcontrole bleek het HbA1c gehalte 6% te zijn, maar het totaal cholesterol was bijna 6 mmol/l, en het LDL-cholesterol bijna 4 mmol/l, terwijl het streven is een LDL van lager dan 2.5 mmol/l. Bij diabetes is het nuyttig effect van cholesterolverlagers onomstreden, staat in alle richtlijnen. Het recept voor simvastatine heb ik nagestuurd.

Op de website van het Nederlands Huisartsen Genootschap vindt u de behandelstandaard voor diabetes mellitus. In Friesland doen ze het blijkbaar anders.

Anti-TPO antistoffen en schildklier

Dit artikel verscheen als column in het blad Schild, juni 2012.

Mw. T. zat er doorheen, zij kon weinig meer; moeite met concentreren, vermoeidheid, kouwelijk, en dan die pijn in haar hals, irritant. De schildklierfunctie bleek afwijkend, dus als zij maar medicijnen ging slikken dan zou zij zich herboren voelen, zo werd haar verteld. Bij onderzoek had deze dame een duidelijk vergrote, enigszins pijnlijke schildklier. Het bloedonderzoek liet een verhoogde TSH waarde zien (8 mU/l), de vrijT4 was normaal. De spiegel in het bloed van antistoffen tegen de schildklier was knallend hoog. Het overige bloedonderzoek toonde geen bijzonderheden.

Volgens alle richtlijnen spreken we hier van ‘subklinische hypothyreoidie’. Tien (!) procent van de Nederlanders heeft een TSH tussen de 4 en de 10, met een normaal vrijT4 gehalte, en 99% van hen voelt zich uitstekend. Kan de licht afwijkende schildklierfunctie de klachten verklaren? Veel mensen zijn vermoeid, maar hebben een normale schildklierfunctie. En ook al is vermoeidheid een klacht, die voor kan komen bij een te langzaam werkende schildklier, deze klacht kan bij veel andere aandoeningen ook voorkomen. Denk eens aan het dramatische verhaal van Renate Dorrestein, die plots werd overvallen door een ernstig vermoeidheidssyndroom, zo indringend beschreven in haar boek ‘Heden ik’.

(meer…)