Gestational diabetes mellitus: current knowledge and unmet needs

ScreenHunter_204 May. 05 16.21

Een fraai review artikel van mijn promovendus Sarah Koning staat inmiddels online.

J Diabetes. 2016 Apr 27. doi: 10.1111/1753-0407.12422. [Epub ahead of print]
GESTATIONAL DIABETES MELLITUS: current knowledge and unmet needs.
Koning SH, Hoogenberg K, Lutgers HL, VAN DEN Berg PP, Wolffenbuttel BHR.

Abstract
Gestational diabetes mellitus (GDM) is a world-wide health concern, not only because its prevalence is high and on the increase, but also because of the potential implications for the health of mothers and their offspring. Unfortunately, much controversy exist in the literature surrounds the diagnosis and treatment of GDM, but also on the possible long-term consequences for the offspring. As a result, worldwide there is a lack of uniformly accepted diagnostic criteria and the advice according treatment – including diet, insulin therapy, and the use of oral blood glucose-lowering agents – of GDM is highly variable. In this review we provide an overview of the important issues in the field of GDM, including the diagnostic criteria, the different treatment regimens available, and the long-term consequences of GDM in the offspring.

Ondanks de afspraken tussen de uitgever Wiley en de VSNU (http://goo.gl/Qtbbsf) staat het artikel nog steeds achter een pay-wall. Wiley pikt nog even een graantje mee van die lezers, die het direct willen downloaden. Wacht nog even met downloaden, het artikel zal weldra open access beschikbaar zijn.

ScreenHunter_203 May. 05 16.13

Wetenschappelijk onderzoek wordt steeds moeilijker

wetenschap photoEigenlijk zijn er nog heel veel dingen die we over de schildklier en zijn functie niet goed begrijpen. In feite zijn te snel en te langzaam werkende schildklier (resp. de ziekte van Graves en de ziekte van Hashimoto) autoimmuun aandoeningen, d.w.z. het afweersysteem vergist zich, en maakt of antistoffen die de schildklier stimuleren of juist blokkeren. Het is onduidelijk waarom het afweersysteem zich zo gek gaat gedragen.

Recent zag ik een jonge dame die de ziekte van Graves heeft. Het bijzondere is dat haar moeder en oma vroeger de zelfde ziekte doormaakten. Het is mogelijk dat hier een belangrijke erfelijke aanleg een rol speelt. Het zal overigens, zelfs met de moderne (maar dure!) genetische technieken, nog een hele opgave zijn om de precieze erfelijke oorzaak te vinden. Nieuwe technieken waarmee we het hele DNA in kaart brengen, doen langzamerhand hun intrede in de spreekkamer van de dokter. Deze technieken helpen soms mee om de echte oorzaak van een aandoening te achterhalen, maar het is vaak nog speuren naar een speld in een hooiberg. En dan, als we voor deze ene familie de mogelijke oorzaak hebben achterhaald, geldt die dan ook voor andere families?

Een zelfde zoektocht moet nog ondernomen worden naar de reden waarom zo veel mensen met hypothyreoïdie restklachten blijven behouden, zelfs als ze goed zijn ingesteld op thyroxine. In het onderzoekslaboratorium van prof. Bianco in Chicago (www.deiodinase.org) zijn ze een stapje dichter bij de verklaring, die wordt gezocht in het enzym deiodinase-2, dat in de weefsels T4 in T3 omzet. Onderzoek op mijn eigen afdeling in Groningen laat zien dat mensen met een genetische variant van dit enzym (de Thr92Ala variant) toch de zelfde vT4 en vT3 waarden in het bloed hebben als mensen met de normaal voorkomende vorm. Simpel je schildklier waarden laten controleren helpt dus niet om te achterhalen of je wel of niet die variant hebt. Verder onderzoek op dit gebied is heel erg nodig, maar wordt steeds moeilijker. Hoe kom je namelijk aan voldoende geld om dergelijk duur, maar uitermate relevant onderzoek uit te kunnen voeren?

edf016cb35672fea_150_diagnosisDe minister van VWS en de zorgverzekeraars vinden dat mensen met een ‘simpele’ aandoening als een te langzaam werkende schildklier (zgn. ‘basiszorg’) minder of helemaal niet meer verwezen moeten worden naar een academisch ziekenhuis (http://goo.gl/iDs6h9). En juist daar vindt veel onderzoek naar schildklieraandoeningen plaats, die moet helpen de behandeling en kwaliteit van leven van mensen die hieraan lijden te verbeteren. Bovendien is het steeds moeilijker voor wetenschappers om überhaupt nog voldoende financiële middelen bij elkaar te schrapen om dergelijk onderzoek mogelijk te maken. Bij sommige onderzoeksbeurzen, zoals die vanuit ‘Europa, is de slagingskans lager dan 10%! Patientenorganisaties als SON (www.schildklier.nl) weten goed welke problemen onder hun leden leven, en kunnen prima helpen om prioriteiten aan te geven voor invulling en financiering / fundraising van belangrijke takken van schildklieronderzoek.

Dit stuk verscheen in het december 2015 nummer van het magazine Schild (www.schildklier.nl).

 

The BioSHaRE-EU consortium

bioshareWe often get the question what the BioSHaRE-Eu consortium is. BioSHaRE is a consortium of leading biobanks and international researchers from all domains of biobanking science. The overall aim of the project is to build upon tools and methods available to achieve solutions for researchers to use pooled data from different cohort and biobank studies. This, in order to obtain the very large sample sizes needed to investigate current questions in multifactorial diseases, notably on gene-environment interactions. This aim will be achieved through the development of harmonization and standardization tools, implementation of these tools and demonstration of their applicability. (meer…)

Subsidie DiabetesFonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

Onderzoekers UMCG krijgen subsidie Diabetesfonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

Onderzoekers van het UMCG ontvangen een subsidie van 275.000 euro van het Diabetesfonds. Met dit geld gaat Jana van Vliet-Ostaptchouk van de afdeling Endocrinologie onderzoek doen naar verstoringen van het endocriene systeem in het lichaam, die worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen. Haar onderzoek richt zich vooral op het zichtbaar maken van de onderliggende mechanismen van het ontstaan van diabetes. (meer…)

Poster stolen at congress

Recently I came to learn that you probably know that your science is important when people are stealing your poster. This happened during the recent European Endocrinology Congress, which was held in the beginning of May in Wroclaw. We were happy to have two posters during the event, about health-related quality of life and about cardiovascular risk factors in the metabolic syndrome. Both studies were performed within the LifeLines Cohort Study. (meer…)

Proefschrift: Hypofyse en cognitie

Promotie mw. P. Brummelman: Cognition in patients treated for pituitary diseases
Wanneer: ma 09-12-2013
Aanvang: 12:45
Waar: Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen
Promotie: mw. P. Brummelman
Proefschrift: Cognition in patients treated for pituitary diseases
Promotor(s): prof.dr. B.H.R. Wolffenbuttel, prof.dr. O.M. Tucha
Faculteit: Medische Wetenschappen

Bestraling hypofyse-tumor waarschijnlijk niet schadelijk voor mentale hersenfuncties

brumPatiënten die met bestraling zijn behandeld voor een goedaardige tumor in de hypofyse vertoonden geen grote verschillen in de geheugenfuncties en executieve functies (de hogere hersenfuncties) van het brein ten opzichte van vergelijkbare patiënten die niet bestraald waren. Dat patiënten geen schade oplopen, pleit voor deze radiotherapeutische technieken, aldus Pauline Brummelman in haar promotieonderzoek. Zij onderzocht de cognitie van patiënten die zijn behandeld voor hypofyseziekten.

Hypofyseziekten worden doorgaans veroorzaakt door een goedaardige hypofysetumor. De behandeling bestaat meestal uit chirurgie, eventueel gevolgd door radiotherapie en/of hormonale therapie. Eerder onderzoek liet al zien dat deze therapieën het cognitieve functioneren kunnen beïnvloeden, maar er waren nog weinig studies verricht onder een grote groep gelijksoortige patiënten. Brummelman bestudeerde de effecten van radiotherapie en hormonale en medische therapie in een grote groep patiënten met hypofysaire ziekten.

De promovenda bestudeerde onder andere de relatie tussen de hoeveelheid straling op een bepaald hersengebied en de cognitieve functies die een beroep doen op dat gebied. Hiervoor onderzocht zij de hoeveelheid bestraling op de hippocampus en de prefrontale cortex bij verschillende radiotherapie technieken en ze relateerde dat aan geheugen en executieve functies. Ze concludeert dat de gefractioneerde radiotherapeutische technieken geen negatieve invloed lijken te hebben op de twee hersenfuncties. Ook de hoeveelheid straling zoals toegepast in haar patiëntengroep lijkt geen verschil te maken. De radiotherapeutische technieken lijken volgens de promovenda derhalve veilig te zijn voor deze mentale hersenfuncties.

Pauline Brummelman (Eefde, 1986) studeerde Psychologie aan de universiteit van Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Endocrinologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen, in samenwerking met met de afdeling Neuropsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Brummelman participeerde in onderzoeksinstituut GSMS van het UMCG.

Summary in English
Pituitary diseases are characterized by abnormalities related to undersecretion or oversecretion of pituitary hormones with or without local mass effects. The cause of these diseases is often a pituitary tumour, which is usually benign and emanates from the anterior pituitary. In general, treatment of pituitary adenomas consists of surgery, which may be followed by radiotherapy in cases of a significant tumour remnant or regrowth. Due to the pituitary disease itself, or after treatment with surgery and/or radiotherapy, hormonal therapy may be necessary in case of new or persistent hormonal disturbances. Literature suggests that these different treatment options may have an effect on cognition. However, reported results were inconsistent and mostly derived from small and heterogeneous patient groups according to diagnose and treatment. Therefore, we studied the effects of radiotherapy and hormonal and medical therapy on cognition in large and homogenous groups of patients treated for pituitary diseases. We found that multiple field radiotherapy techniques and fractionated radiation dose regimens did not have a major effect on memory and executive functioning in patients treated for a non-functioning pituitary macroadenoma. In patients treated for acromegaly, we found that previous growth hormone excess and growth hormone suppressive medication were not associated with impaired cognitive functioning. Further, in a large study with extensive neuropsychological evaluation, we found that patients treated for secondary adrenal insufficiency had selective impairments in the cognitive domains of memory, attention, executive functions and social cognition.