Tijdens het 51e EASD congres in Stockholm (14-18 sept 2015) was een aparte sessie gewijd aan glucose monitoring met behulp van het FreeStyle Libre systeem. Zelf heb ik al een tijdje geleden met zo’n monitoringssysteem rondgelopen, en ik was bijzonder enthousiast over het gebruiksgemak en de geleverde resultaten (zie mijn eerdere blog: Abby, my new girlfriend). Daarna kwam een domper, omdat er nauwelijks sensoren beschikbaar waren in Nederland. Een studie in de Isala klinieken kon door het gebrek aan sensoren niet eens doorgaan. Bovendien zijn zorgverzekeraars niet of nauwelijks bereid gebleken om dit systeem voor hun patienten te vergoeden. ‘Voldoet niet aan de stand van de wetenschap’, aldus OHRA volgens een tweet van Stefanie Rondags, die zelf al lange tijd gebruikster is van de FreeStyle Libre.
Nu zijn de wetenschappers van Ohra niet zo wijd en zijd bekend dat ik helemaal durf te varen op hun deskundigheid, dus ging ik maar eens een second opinion halen op voornoemde internationale EASD congres. In een symposium op maandag 14 september kwamen een aantal experts aan het woord over het FreeStyle Libre systeem en ambulante glucose profielen (AGP).
Ervaringen in Zweden
Dr. Katarina Eeg-Olofsson (foto) van de universiteit van Gothenburg ging in op haar uitgebreide klinische ervaringen met het systeem. Haar afdeling organiseert de start met FreeStyle Libre of in een kleine groep van patiënten die gelijktijdig worden getraind, of op individuele basis. Na 2 weken is er een een telefonisch vervolgconsult, waarbij op grond van de sensor gegevens de behandeling verder wordt bijgesteld, indien nodig. Dr. Eeg-Olofsson rapporteerde de resultaten van een grote studie met 80 patienten met type 1 diabetes en onvoldoende metabole regulatie ondanks frequente zelfcontrole, die volgens dit schema werden begeleid. Het HbA1c daalde na 3 maanden gebruik van in 76 van de 80 patienten. De gemiddelde daling in de hele groep was 1.4%, hetgeen een geweldig resultaat is. Een groot aantal patienten kon langer worden gevolgd, de verbetering persisteerde gedurende een follow-up van 6-9 maanden. Haar algemene conclusie over het systeem is:
The system is easy to use
It gives instant understanding of how glucose levels are affected
It is important to download and analyze the dat to get a comprehensive understanding
The system makes it easier to adjust the insulin doses
Een mooie stand van de wetenschap in Zweden. Er waren wel een aantal patienten met huidreacties door de pleister waarmee de sensor wordt bevestigd. Een patient stopte met het gebruik vanwege een ernstige huidreactie, 5-7% had huidreacties die als ‘matig’ werden gerapporteerd, maar zij konden de sensor blijven gebruiken. Zij kregen wel extra adviezen met betrekking tot huidverzorging.
Mevrouw de Zwart had al enkele jaren een goed ingestelde hypothyreoïdie. Bij haar laatste controle op mijn spreekuur verwees ik haar daarom terug naar haar huisarts. Wél meldde zij nog even dat een paar maanden tevoren haar schildklier preparaat was veranderd; haar apotheek had haar een generiek preparaat meegegeven in plaats van haar vertrouwde thyrax. Er was na de wisseling geen bloed meer geprikt. Wel had zij de laatste maanden wat meer opvliegers, maar ja, de overgang, hé.
Bij het typen van de terugverwijzing bleek het toch allemaal niet zo gladjes. Haar schildklieruitslagen waren een dag later beschikbaar. Deze waarden waren al jaren stabiel rond de 18 pmol/l, maar nu zat zij ineens op 26 pmol/l. Normaal is tussen de 11 en 20 pmol/l. Niet de overgang, maar te veel schildklierhormoon speelde haar parten, en veroorzaakte de klachten die zij interpreteerde als ‘opvliegers’. Ik schreef in de brief aan de huisarts het dringende advies (in grote letters) om terug te gaan naar haar oude preparaat. En zes weken later nogmaals het bloed te laten controleren, voor de zekerheid. Ook vermeldde ik dat de KNMP en NHG generieke substitutie van schildklierhormoon afwijzen.
Eerder schreef ik een stukje over de invoering van de ICD-10 codering, en hoe het onmogelijk is die te gebruiken in een serieuze academische praktijk. Niet alleen aan mij, maar ook aan andere collega’s waren de absurditeiten van de ICD-10 codering opgevallen, en het onvermogen om ‘nieuwe’ diagnosen toe te voegen, zodat dokters daadwerkelijk goed kunnen registreren.
Om die redenen presenteer ik hier mijn persoonlijke lijst van diagnosen, die voor een internist het meest nutteloos zijn. Voor wie zouden ze wel zinvol zijn? De diagnosen zijn afkomstig uit de AMERIKAANSE versie van de ICD-10:
1. Anxiety concerning bankruptcy, code Z59.8
2. Bumping against, into (accidentally) person (s) (code W51) with fall, due to ice or snow, code W00.0
We gaan binnenkort in de ziekenhuizen verplicht over op een nieuwe manier om diagnosen te registreren, namelijk de ICD-10 codering. Dat zou een belangrijke verbetering moeten zijn ten opzichte van de huidige wijze van registreren met de ICD-9 codering. Klopt dat??
Als medisch specialist wil je niet alleen veel voorkomende diagnosen goed registreren, maar ook zeldzamere diagnosen. Zeker als het gaat om patiënten die in een academisch ziekenhuis worden begeleid vanwege een zeldzame aandoening. Bij het voorbereiden van de conversie van ICD-9 naar ICD-10 verwacht je dan dat de registratie alleen maar beter wordt, niet slechter. Nieuw is beter, toch??
Dr. Henk-Jan Aanstoot ontving op 11 september 2014 ruim 1 miljoen dollar voor zijn onderzoek naar Type 1 Diabetes. In dit filmpje vertelt hij wat zijn onderzoek precies inhoudt.
Prof. dr. Casper Schalkwijk uit Maastricht, en Bruce Wolffenbuttel uit Groningen spraken in april 2014 in Amsterdam over de effecten van AGEs in het lichaam, en de wetenschappelijke zoektocht naar pillen die AGEs kunnen remmen of afbreken. De lezingen vonden plaats naar aanleiding was de verschijning van ‘Het anti-AGE-dieet’ van Helen Vlassara.
Recente reacties