door bhrw | feb 27, 2013 | wetenschap
February 27, 2013, was the day of the thesis defense by dr. Walter K.H. Kuchenbecker. Title of his thesis was Obesity and female infertility. Promotores were prof. J.A. Land and prof. B.H.R. Wolffenbuttel, co-promotores were dr. A. Hoek and dr. H. Groen .


Obesity in women is associated with an increase in infertility and more pregnancy complications. The cost per live birth after fertility treatment is almost two-fold higher in women with obesity compared to women of normal weight.
Obesity related infertility and pregnancy complications are determined by body fat distribution. Accumulation of fat around the abdomen and especially accumulation of intra-abdominal fat are a risk factor for infertility and pregnancy complications. Ultrasound measurement of intra-abdominal fat is a reliable, cheap and accessible tool to study the effects of intra-abdominal fat on female reproduction. The measurement of serum adipokines, the secretory products of adipose tissue, does not adequately reflect body fat distribution parameters. Weight loss in obese and infertile women is associated with more spontaneous pregnancies and a decrease in pregnancy complications. In anovulatory women with polycystic ovary syndrome, loss of intra-abdominal fat is associated with resumption of ovulation. In structured lifestyle programmes many women who are obese and infertile show poor compliance and experience difficulty in losing weight, leading to high drop-out rates. Future studies should aim to identify risk factors for drop-out and design individualised lifestyle programmes in order to limit drop¬-out. Weight loss medication and bariatric surgery may be considered in women with severe obesity and infertility in order to achieve sufficient weight loss and limit the serious obesity related pregnancy complications. In view of the serious obesity related pregnancy complications, women with a BMI > 35 kg/m2 should not be offered fertility treatment.
door bw | okt 25, 2012 | gezondheidszorg, wetenschap
Universitaire medewerkers worden geacht –althans in Groningen- in de Top25% van medische tijdschriften in hun vakgebied te publiceren. Wat nu als zo’n tijdschrift even onbereikbaar is als de planeet Jupiter, of als onderzoekers helemaal niet, gezien de doelstelling van het tijdschrift, in zo’n tijdschrift publiceren?
Onderstaand de lijst van Top25% tijdschriften op gebied van endocrinologie en stofwisselingsziekten. Klinisch endocrinologen als ik publiceren zelden tot nooit in
Cell Metabolism
Antioxidant redox signalling
Journal of mammary gland biology
Journal of pineal research
Free radicals in biology and medicine
J of Biological Regulators and Homeostatic agents
Journal of cerebral blood flow and metabolism
Biofactors
Kortom, van de top25% in mijn vakgebied vallen al 8 tijdschriften af. Het is irreëel van (klinisch) endocrinologen te vragen in Top25% tijdschriften te publiceren, als deze ranglijst op geen enkele wijze aansluit bij hun vakgebied. Net zoiets als aan Paul de Leeuw vragen om Paris Hilton het hof te maken.
(meer…)
door bhrw | sep 25, 2012 | wetenschap
Op maandag 17 september 2012 promoveerde dr. Jacqueline Neve-Dolfing op het proefschrift Metabolic aspects of obesity and lean PCOS.
Dr. Neve heeft onderzoek gedaan in ZGT en het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft, locatie Voorburg.
Het aantal vrouwen met overgewicht en onvervulde kinderwens neemt toe. Veel van deze vrouwen lijden aan het polycysteus ovarium syndroom (PCOS). De onderzoeken in het proefschrift richten zich op aspecten van de stofwisseling bij overgewicht. Neve vertelt: “Vetweefsel is een orgaan dat de stofwisseling kan beïnvloeden en de verdeling van het lichaamsvet speelt een rol bij het stagneren van de eisprong. In het proefschrift komt naar voren dat bij slanke vrouwen met POCS en weinig vet in de buikholte, de afwijking in de eierstok zit. Bij obese PCOS is sprake van een complexiteit van symptomen met ondermeer ovulatiestoornissen.” De resultaten van het onderzoek zijn vooral interessant voor fertiliteitsklinieken en voor artsen die mensen met obesitas behandelen, laat de gynaecologe weten. Ze kijkt uit naar haar promotie. “Onderzoek doen met enthousiaste mensen en patiënten is leuk en spannend. En daarnaast leer je veel nieuwe dingen.” 17 september promoveerde Neve. Haar promotor was professor dr. Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog van het UMCG.
door bw | aug 4, 2012 | wetenschap
Er wordt veelvuldig opgeroepen om artikelen in Open Access tijdschriften te publiceren, zodat de wetenschappelijke wereld snel van nieuwe inzichten en resultaten op de hoogte is. Toch hanteren nog een aantal tijdschriften een beleid, waarin pas na een jaar een artikel openbaar beschikbaar komt. Dan moet je geduld hebben.
Sommige uitgevers en tijdschriften maken het nog veel bonter. Wiley en het British Journal of Obstetrics & Gynaecology (BJOG) vragen zelfs nog geld voor publicaties uit 1992. Het is natuurlijk bizar dat een uitgever nog steeds geld wil vangen voor een artikel van 20 jaar geleden.

Omdat rechtstreeks via Wiley niet lukte om een pdf bestand van het artikel te downloaden, probeerde ik het vervolgens via mijn Universiteitsaccount. Het bleek nog veel bizarder dan ik dacht. Alleen artikelen van het BJOG vanaf 1997 kan ik ‘free access’ benaderen, artikelen van vóór 1997 niet. Dat betekent dus dat ik voor dit artikel uit 1992 (ouwe meuk, zou je zeggen), benaderd via de universiteitsbibliotheek, ook moet betalen. De rekening was 41 dollar, tel uit je winst.

door bw | jan 28, 2012 | congres, wetenschap
Dutch Endocrine Meeting 2012 – het definitieve programma is nu online.
De Dutch Endocrine Meeting zal plaatsvinden op vrijdag 10 en zaterdag 11 februari 2012 in Noordwijkerhout. Op deze bijeenkomst zal zowel de basale – preklinische als klinische endocrinologie aan bod komen.
Op de website www.nve.nl vindt u in de sectie ‘Nieuws’ het definitieve programma.
De meeting biedt de optimale gelegenheid om voor een breed en in endocrinologie geïnteresseerd publiek te tonen wat de Nederlandse endocrinologie bezielt en haar levend houdt. Het programma zal bestaan uit plenaire en parallelle sessies, waarin nieuwe ontwikkelingen binnen de Endocrinologie de revue zullen passeren, maar waarbij ook vooral jonge onderzoekers hun werk zullen presenteren in een ambiance die uitwisseling van gedachten met senior-onderzoekers optimaal mogelijk maakt. Tijdens deze bijeenkomst zullen ook de “Laqueur Lecture” en de “Novo Nordisk Update Lecture” gegeven worden. Verder zal de “Novo Nordisk Award” worden uitgereikt, alsmede de prijzen voor de beste artikelen in 2011 op het gebied van de basale en de klinische endocrinologie.
De spreektaal zal zowel bij de basale- als de gecombineerde sessies Engels zijn. Bij de klinische sessies gaat de voorkeur ook uit naar Engels, maar Nederlands mag ook.
Het congres wordt gehouden in het NH Conference Centre Leeuwenhorst, Langelaan 3, 2211 XT Noordwijkerhout.
Heeft u zich nog niet ingeschreven, dan vindt u op de website tevens het inschrijfformulier. De tekst over abstracts kunt u negeren, deze kunnen niet meer worden ingediend. Haast u, er is nog een beperkt aantal plaatsen over.
Aangezien dit congres geaccrediteerd is door de NIV, is het voor internisten noodzakelijk het BIG-nummer te vermelden op het inschrijfformulier!!!
door bw | dec 3, 2011 | wetenschap
Een opvallend bericht vandaag in het Dagblad van het Noorden. Hier zegt VSNU voorzitter Sijbolt Noorda dat de fraude-affaire Stapel aan de Universiteit van Tilburg het aanzien van de Nederlandse universiteiten niet heeft geschaad. Er wordt geconstateerd dat universiteiten dit soort gevallen goed aanpakken.
Ik vind de conclusie bijzonder opvallend. Wat van de affaire Stapel is blijven hangen, is dat een gevierd hoogleraar jaren lang zijn gang heeft kunnen gaan, en volslagen gefingeerde onderzoeksgegevens de wereld ingeslingerd. Vooral merkwaardig was dat alle gegevens altijd door Stapel zelf werden verzameld, en hij herhaalde toneelstukken heeft gespeeld door vragenlijsten samen te stellen, zogenaamd naar scholen te rijden voor de onderzoekingen, diverse cadeau’s en presentjes voor de deelnemer en hun scholen heeft verzameld, zonder dat iemand maar op de gedachten is gekomen dat hier een luchtje (wat héét !!) aan zat. In de praktijk wordt in universiteiten meer dan 95% van de onderzoeksgegevens door onderzoeksassistenten, AIO’s, en andere medewerkers verzameld, onder supervisie en met medewerking van meer senior onderzoekers en afdelingshoofden, en zelden door het hoofd van een afdeling zelf. Dat betekent dan ook dat vele personen goedgelovig in de verzinsels van Stapel zijn getrapt. Deze slapers zijn ook medewerkers van die zelfde universiteiten.
Ook in het verleden zijn de effecten van wetenschappelijke fraude veel schadelijker geweest dan alleen voor de fraudeur zelf. Men hoeft maar de affaire Darsee te bestuderen, om te weten te komen dat er bij fraude veel ‘collateral damage’ is. In die fraudezaak is Eugene Braunwald, een wereldberoemd cardioloog, sterk bekritiseerd omdat hij zelf in een eerdere fase onderzoek naar Darsee’s fraude had ingesteld, maar geen onrechtmatigheden had gevonden. Later bleek Darsee op grote schaal gegevens te hebben verzonnen. Ook Darsee’s co-auteurs op diverse publicaties kregen een flinke veeg uit de pan omdat zij uberhaupt nooit de originele gegevens hadden bestudeerd (http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJM198306093082311). Ook in de zaak Darsee vroeg men zich af: ‘How could he get away with so much for so long?’ Niettegenstaande de grondigheid waarmee onderzoekscommissies in Tilburg en Groningen (waar Stapel eerder heeft gewerkt) momenteel hun werk doen, is de conclusie van Noorda is dan ook mijns inziens niet op de feiten gebaseerd. Fraude affaires laten veel meer schade en wantrouwen achter dan hij zich realiseert.
Recente reacties