U500 insuline, oppassen geblazen !

Met medicijnen is het altijd oppassen geblazen. Deze week maakte ik daarvan een mooi voorbeeld mee. Het betrof een patiënte die uit Amerika naar Nederland was verhuisd. Zij had nieuwe insuline voor haar insulinepomp nodig.

In Nederland gebruiken we in de pomp meestal Humalog of NovoRapid. Van beide insuline analogen is bewezen dat zij beter effect hebben dan gewone insuline: het is mogelijk een lager HbA1c te bereiken zonder grotere kans op hypo’s.

In de bespreking van patiënte viel mijn oog op één detail. Zij gebruikt humuline regular U500, en juist om dat laatste gaat het. U500 is in Amerika op de markt, en is insuline met een concentratie van 500 eenheden per milliliter, dus 5x zoveel insuline per ml oplossing als wij in Nederland gebruiken. Als zij de ‘gewone’ Nederlandse insuline was gaan gebruiken zonder hier rekening mee te houden, was dat waarschijnlijk niet goed gegaan, en zou zij snel een diabetische ontregeling hebben opgelopen. Zij kan natuurlijk de Nederlandse insuline gebruiken en dan de pomp 5x zo snel laten lopen, om de juiste hoeveelheid insuline toe te dienen, maar dat betekent dat zij nagenoeg iedere dag een nieuwe patroon in de pomp moet plaatsen.

Nu gaan we kijken of we de U500 insuline in Nederland kunnnen krijgen. Ook dan blijft het voor patiënte opletten geblazen dat zij altijd de goede insuline krijgt.
Meer informatie: http://pi.lilly.com/us/humulin-r-u500-pi.pdf

 

Weet wat je meet! Pitfalls van HbA1c en cholesterol meting.

Weet wat je meet! Pitfalls van HbA1c en cholesterol meting.

Geneeskunde is eigenlijk een chemisch vak. In veel gevallen maken we van chemische bepalingen gebruik om ziekten aan te tonen dan wel uit te sluiten, we schrijven chemische middelen voor om iemand’s ziekte te genezen of om klachten te verminderen. Diabetes is evenzo een chemisch vak. Het eiwit insuline regelt de bloedglucosespiegel, maar nog veel meer. Om te zorgen dat voor toediening het insuline-eiwit in de pomp of pen niet ‘schift’, worden chemische stoffen toegevoegd ter stabilisatie. Tabletten om de bloedglucose spiegel te verlagen hebben ook een effect op de diverse chemische processen in het lichaam.

Mensen met diabetes mellitus meten de bloedglucosespiegel om hun dosering tabletten of insuline aan te passen, en hulpverleners doen chemische metingen om de gemiddelde regulatie in te schatten, en om de resultaten van een behandeling te evalueren.

(meer…)

Tien tips voor betere diabeteszorg

In een redactioneel commentaar in het Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie (NTD) heb ik enkele jaren geleden kort stil gestaan bij de kwaliteit van de diabeteszorg in Nederland. Deze kan mijns inziens ook als heel hoog worden bestempeld, maar het kan altijd beter. De Pakketscan Diabetes, die ik in een eerder nummer tot genoegen van velen heb besproken, heeft een aantal lijnen van veranderingen in de diabeteszorg aangegeven. Hier volgen een aantal aanvullende tips voor verbetering van de diabeteszorg.

(meer…)

De nieuwe ADA / EASD richtlijn – nog weinig farmacogenetica

Met de publicatie van meerdere studies van ‘whole genome analyse’ van type 2 diabetes, realiseren we ons nu hoe ingewikkeld de pathogenese van deze aandoening is. De meeste WGA studies laten risico-allelen zien met een beperkt effect op het ontstaan van type 2 diabetes, en het blijken vooral genen te zijn met een effect op beta-cel massa of functie (55). Via ingewikkelde netwerk benaderingen, gebaseerd op genexpressie, komen we ook steeds meer genen op het spoor, die een effect hebben of determinant zijn van insulinewerking.

(meer…)

De nieuwe ADA / EASD richtlijn – complex

De behandeling van type 2 diabetes wordt meer complex. Enerzijds is dat vanwege de multimorbiditeit, die patiënten met type 2 diabetes zo kenmerkt. Het gaat dan niet alleen om type 2 diabetes met eventuele complicaties, maar ook artrose, reumatische klachten, COPD, hartfalen, gastro-intestinale problemen (1-4). Hierbij kan het zijn dat de behandelrichtlijnen van twee coïncidente aandoeningen elkaar tegenspreken. Anderzijds neemt de complexiteit van behandelalgorithmes toe door het beschikbaar komen van nieuwe medicamenten, waarvan de plaats in de behandeling nog verre van duidelijk is (5). Internationale richtlijnen kunnen voor de medicus practicus een handvat bieden voor de best mogelijke behandeling (6-8). Richtlijnen lopen echter gemiddeld drie tot vijf jaar achter bij de actuele ontwikkelingen op gebied van farmacotherapie. Bovendien zijn de bestaande richtlijnen nog altijd niet optimaal (om het vriendelijk te zeggen), als het gaat om de best mogelijke kosteneffectieve behandeling van de individuele patiënt.

(meer…)