Voor de declaratie van onderzoek en behandeling op de polikliniek registreert de medisch specialist een DBC, dit staat voor ‘diagnose-behandel-combinatie’. De DBC wordt ‘gescoord’ bij een consult waarbij d epatiënt in persoon op de polikliniek verschijnt. Van mijn afdeling worden regelmatig DBC’s afgekeurd en uit het computersysteem verwijderd. We krijgen dan geen geld. Vaak moet ik vaststellen dat dit ten onrechte is, omdat tijdens de betreffende periode één van mijn collega’s of ik significante bemoeienis had met de behandeling van de betreffende patiënt. Een kleine bloemlezing van de afgelopen paar jaar.
Dhr B. is een jonge man met een te snel werkende schildklier. Hij wordt behandeld met strumazol en levothyroxine. Omdat hij het syndroom van Down heeft, en bovendien woonachtig is op zo’n 30 km afstand, wordt iedere 2 maanden bloed geprikt via de huisarts, en komt hij niet naar de polikliniek, maar wordt zijn klinische conditie op afstand door mij gemonitord, in samenspraak met beide zeer adequate ouders. In een periode van een jaar wordt vijf maal bloed geprikt, vanwege o.a. schildklierfunctie en controle van het aantal witte bloedlichaampjes. Er is 6 keer telefonisch contact, waarbij ik enkele keren de dosering levothyroxine aanpas, en tweemaal de huisarts schriftelijk informeer over het beloop. Gelukkig heeft patiënt nauwelijks tussentijdse problemen. Aangezien de DBC ‘leeg’ is, ik heb hem in dat jaar niet persoonlijk gezien, wordt deze DBC administratief geschrapt. Motivering: we hebben hier te maken hebben met verrichtingen en / of patiëntencontacten die niet essentieel zijn voor de DBC; er was geen rechtstreeks persoonlijk contact, en een telefonisch consult of labbepalingen, en het schrijven van een brief zijn geen essentiële activiteiten voor de DBC.
Mevrouw E. heeft een hyperthyreoidie, waarvoor zij is behandeld met radioactief jodium. Aangezien op de lange termijn een hypothyreoidie kan ontstaan, maar de hyperthyreoïdie ook in de periode na de jodiumbehandeling nog kan recidiveren, wordt bij haar regelmatig bloedonderzoek gedaan. Haar drukke werkzaamheden, een baan en een gezin, maken het voor haar moeilijk om op de polikliniek te komen. Gelukkig gaat alles goed. De bloedcontroles na de jodiumbehandeling tonen aanvankelijk normale schildklierhormoon waarden, maar uiteindelijk stijgt het TSH tot een waarde van 20 mU/l, reden voor mij om haar te adviseren behandeling met schildklier hormoon te starten. In de loop van het volgende jaar wordt er vijf keer bij haar bloed geprikt, en heeft zij 5 keer telefonisch contact met mij. Zij is niet in persoon op de polikliniek geweest. Ondanks de telefonische adviezen die aan patiënte zijn gegeven rond haar hormoon behandeling, en de uitgevoerde bloedafnames en labbepalingen wordt de DBC als ‘leeg’ beoordeeld en gewist.
Mevrouw F woont in de provincie Friesland, zo’n 30 km afstand van mijn ziekenhuis, en heeft hypothyreoidie. Zij gebruikt thyrax. Aangezien het tijdens haar vorige zwangerschap volledig mis is gegaan met de substitutie, wil zij de volgende zwangerschap nauwkeuriger controle van de schildklierhormoon waarden, en komt zo bij mij. Zij raakt zeven maanden later in verwachting, en iedere 5 tot 6 weken wordt bloed geprikt. Initieel bezocht zij mij tijdens de zwangerschap nog enkele malen, maar omdat de zwangerschap goed vorderde en de klinische situatie en labwaarden uitstekend bleven na aanpassing van de schildklierhormoon dosering, worden de controles na 5 maanden telefonisch uitgevoerd. Zij bevalt poliklinisch van een gezonde zoon, en wordt na één nacht opname weer naar huis ontslagen. Ik adviseer telefonisch de dosering levothyroxine weer te verminderen naar het niveau voorafgaande aan de zwangerschap. Zes weken nadien is er telefonisch contact over de nieuwe situatie, en blijken de bloeduitslagen (geprikt via de huisarts) fraai. De baby doet het prima, maar die dag wat minder, zodat zij liever niet op controle komt. Ook bij bloedcontrole 2 en 6 maanden na de bevalling waren de bloeduitslagen fraai. De labbepalingen werden vaak in het UMCG gedaan, en soms via haar huisarts, en deze uitslagen werden steeds telefonisch met patiënte doorgesproken. Op de controle afspraak zes maanden later verschijnt zij niet meer, omdat -naar later blijkt- het gezin inmiddels naar het westen van het land is verhuisd. Alle bloedafnames en alle telefonische consulten tijdens zwangerschap en na de bevalling worden niet verrekend, omdat de ingevulde DBC door het systeem als ‘leeg’ wordt beschouwd, zij is immers niet in persoon op mijn spreekuur geweest. De DBC is door de controllers is verwijderd. Het ziekenhuis heeft gratis zorg geleverd.
Conclusie: de financiering van de gezondheidszorg is in vele opzichten uitermate pervers. Een medisch specialist, die zijn patiënten op afstand begeleidt uit oogpunt van patiëntgerichte service, snijdt zich zelf ernstig in de vingers. Een DBC wordt alleen vergoed, als een patiënt fysiek door de specialist wordt gezien, ook al is het maar voor het mededelen van een eenvoudige bloeduitslag.






Recente reacties