
Een mooie studie uit Australië naar het gebruik van een ijzerinfuus als behandeling in de periode 2013-2024..
Achtergrond:
Het gebruik van intraveneus ijzer wordt steeds meer erkend als een haalbare optie voor de behandeling van ijzertekort, met name wanneer oraal ijzer niet effectief is of niet wordt verdragen. Er zijn echter geen actuele gegevens beschikbaar over de langetermijntrends in het gebruik van intraveneus ijzer bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd (18–44) in Australië
Doelstellingen:
Het doel van deze studie was het beoordelen van de langetermijntrends in het gebruik van intraveneus ijzer bij Australische vrouwen in de leeftijd van 18–44 jaar.
Methoden:
We hebben een retrospectief observationeel onderzoek (2013–2024) uitgevoerd met behulp van de dataset van 10% van het Pharmaceutical Benefit Scheme. We hebben de langetermijntrends onderzocht in het aantal verstrekkingen van intraveneus ijzer en de totale verstrekte dosis per unieke behandelingsperiode per ijzertype, en hebben de variatie onderzocht naar leeftijdsgroep, staat/territorium, type voorschrijver en de status van de zorgkortingskaart.
Resultaten:
Het aantal verstrekkingen van intraveneus ijzer steeg van 0,3 in 2013 tot 5,0 per 100 vrouwen in 2024, waarbij ijzer(III)carboxymaltose 93,9% van het totale aantal declaraties uitmaakte. In 2024 kreeg één op de twintig Australische vrouwen in de leeftijd van 18–44 jaar intraveneus ijzer verstrekt. De totale uitgaven aan intraveneus ijzer stegen van 1,1 miljoen dollar in 2013 tot 82,3 miljoen dollar in 2024. Er waren aanzienlijke verschillen in het type intraveneus ijzer en de totale afgeleverde behandelingsdoses, afhankelijk van leeftijdsgroep, staat/territorium, de status van de gezondheidszorgkortingskaart en het type voorschrijver.
Conclusies:
De totale percentages en uitgaven voor intraveneus ijzer bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd zijn tussen 2013 en 2024 snel gestegen, waarbij grote verschillen in de praktijk duidelijk zichtbaar waren. Het is gerechtvaardigd om de onderliggende redenen voor de waargenomen variatie in het gebruik van intraveneus ijzer in kaart te brengen.
Een intrigerend resultaat. Wat nog veel waardevoller zou zijn, is te weten waarom deze veranderingen zijn opgetreden, en met name welke groepen vrouwen nu veel vaker dan vroeger met een ijzerinfuus worden behandeld. Ook blijkt dat orale suppletie veelal niet goed wordt uitgevoerd. Dat heeft o.a. te maken met het tijdstip van inname van het ijzerpreparaat, maar ook met het preparaat zelf; bij gebruik van ferrofumaraat worden veel vaker bijwerkingen gerapporteerd dan bij gebruik van ijzerbisglycinaat. Ook is het belangrijk om het ontstaan van evt. bijwerkingen na een ijzerinfuus beter te monitoren dan gebruikelijk is.
Bron: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.1111/imj.70494





Recente reacties