De laatste paar jaar zien we steeds meer onderzoekingen naar de relatie tussen vitamine B12 en cognitief functioneren op oudere leeftijd. Onderstaande artikel beschrijft een heel mooi en gedegen onderzoek op dit gebied.

Dit artikel van Francesca Marino en collega’s beschrijft een groot onderzoek naar de rol van vitamine B12 in het behoud van cognitieve functies (zoals geheugen, taal en plannen) bij oudere mensen. De onderzoekers wilden weten of mensen die vanaf middelbare leeftijd tot op oudere leeftijd een betere vitamine B12-status hebben, minder snel achteruitgaan in hun denken en geheugen dan mensen met een lage B12-status.
Mede-auteurs Josh Miller en Jacob Selhub zijn bekende onderzoekers op het gebied van de B12 stofwisseling, en o.a. lid van CluB-12 (https://www.club-12.org).
De bevolking veroudert en dementie komt steeds vaker voor. Hoewel dementie niet te genezen is, weten we dat sommige (leefstijl)factoren de kans op cognitieve achteruitgang kunnen beïnvloeden. Eerder onderzoek naar de relatie tussen B12 en cognitief functioneren leverde tegenstrijdige resultaten op. Een belangrijk probleem is dat veel studies B12 slechts één keer meten, of alleen vragen naar voeding, wat onnauwkeurig kan zijn. Ook de bloedwaarde van B12 geeft niet altijd een goed beeld: iemand kan een “normale” B12 hebben terwijl de cellen toch te weinig B12 krijgen of kunnen opnemen uit het bloed. Daarom gebruikten de onderzoekers in dit onderzoek een combinatie-indicator, de 3cB12 indicator, die drie biomarkers samenvoegt: vitamine B12, methylmalonzuur (MMA) en homocysteïne (Hcy). Ook al weten we dat bij B12 tekort de biomarkers MMA en Hcy niet altijd verhoogd zijn, toch geeft dit een veel betrouwbaarder beeld van de balans in de B12 stofwisseling.
Het onderzoek
De studie werd uitgevoerd binnen de Framingham Heart Study, een groot en langdurig bevolkingsonderzoek in Amerikaanse staat Massachusetts waarin duizenden mensen al decennialang gevolgd worden. Voor deze analyse werden 1994 deelnemers geselecteerd die tussen de 40 en 75 jaar oud waren bij de start, géén dementie hadden, minstens twee metingen van de 3cB12-waarde hadden, en minstens twee cognitietests hadden afgelegd.
De deelnemers werden gemiddeld 14 jaar lang gevolgd. Gedurende deze periode kregen ze herhaaldelijk cognitietesten, die werden samengevat in drie gebieden:
1. Geheugen
2. Executieve functies (plannen, organiseren, aandacht vasthouden)
3. Taal
De onderzoekers deelden de deelnemers in vier even grote groepen (zgn. kwartielen) in, op basis van hun B12-status (van laag naar hoog) en keken welke groep het snelst of het langzaamst achteruitging wat betreft cognitief functioneren. Een hogere cB12 status betekent hogere serum B12 waarden, en lagere waarde van MMA en Hcy.
Verder onderzochten ze of de waarde van folaat (vitamine B11) in het bloed invloed had op de relatie tussen B12 en cognitief functioneren. Dit komt doordat eerder onderzoek suggereert dat hoge folaatniveaus schadelijk kunnen zijn bij lage B12-status.
Wat waren de belangrijkste bevindingen?
1. Hogere B12-status is duidelijk gerelateerd aan een langzamere cognitieve achteruitgang
De kernbevinding is dat mensen met een hogere 3cB12-waarde duidelijk minder snel achteruitgingen in geheugen, taal en executieve functies. Het gaat om kleine verschillen per jaar, maar over 10 jaar opgeteld maakten mensen met de hoogste B12-status 0,05 tot 0.09 standaarddeviatie minder achteruitgang, wat overeenkomt met cognitief ongeveer een half jaar jonger zijn.
2. Deze relatie gold zowel bij hoge als bij normale folaatwaarden
Er was geen aanwijzing dat hoge folaatwaarden (≥ 20 ng/mL) de relatie tussen lage cB12 en cognitieve achteruitgang sterker maken. Wel leek bij mensen met hoge folaatwaarden de beschermende rol van B12 op het geheugen iets sterker. Maar de verschillen waren niet groot genoeg om te spreken van een duidelijk schadelijk effect van hoge folaatspiegels in combinatie met lage B12.
3. Niet alle losse B12-markers zijn even bruikbaar
Wanneer de onderzoekers de drie B12-gerelateerde stoffen apart bekeken, bleek:
Hogere MMA → sneller cognitief verval
Hogere homocysteïne → sneller cognitief verval
Hoog totaal B12 alleen → géén duidelijk verband
Dit benadrukt dat totaal B12 alleen niet genoeg is om risico op cognitieve achteruitgang goed in te schatten; de samengestelde 3cB12-waarde werkt beter.
Wat betekenen deze resultaten?
De studie suggereert dat een goede B12-status kan bijdragen aan het behoud van cognitieve functies. Het effect is klein, maar betekenisvol, vooral omdat zelfs kleine vertragingen in achteruitgang kunnen helpen om het moment waarop dementie merkbaar wordt te vertragen.
Sterke punten van het onderzoek zijn o.a. de langdurige follow-up periode (gemiddeld 14 jaar), het feit dat er herhaalde metingen zijn gedaan van zowel B12-status als cognitieve functie, het gebruik van de gecombineerde 3cB12-indicator, in een grote groep van deelnemers.
Beperkingen zijn o.a. dat de deelnemers bijna allemaal van West-Europese afkomst waren, en relatief gezond. De cognitietests vonden niet precies gelijktijdig plaats met B12-metingen, en de meetmethoden voor B12, MMA en Hcy verschilden door de jaren heen. Ondanks deze beperkingen levert het onderzoek overtuigend bewijs dat een goede B12-status samenhangt met beter behoud van cognitieve functies gedurende het ouder worden.
Gevolgen voor de zorg?
Wat zouden voor de Nederlandse situatie mogelijke gevolgen kunnen zijn van dit onderzoek? Ten eerste liggen er mogelijkheden om cognitieve achteruitgang te voorkomen en te beperken, door te zorgen voor een adequate B12 status.
We weten dat bij oudere mensen de capaciteit om B12 op te nemen uit de voeding geleidelijk minder wordt. Omdat totaal B12 niet altijd betrouwbaar is, en vooral homocysteïne en MMA sterk samenhangen met cognitieve achteruitgang, kan het waardevol zijn om bij onduidelijke klachten breder te testen dan alleen de B12 waarde in het bloed. Dit is vooral relevant bij mensen met geheugenklachten, onbegrepen cognitieve vertraging of wisselend functioneren, en bij ouderen met extra risicofactoren voor malabsorptie (zoals gebruik van proton-pomp remmers (PPI), metformine, of mensen met atrofische gastritis).
Voorkomen van onvoldoende B12 waarden begint al vanaf de middelbare leeftijd. Het onderzoek laat zien dat B12-status in het midden van het leven belangrijk is, niet alleen op oudere leeftijd. Daarom is het belangrijk om voorlichting te geven over voeding rijk aan B12 (vlees, vis, zuivel, verrijkte producten), en alert te zijn bij groepen mensen met verhoogd risico op lage B12 waarden: vegetariërs/veganisten, mensen met maag- of darmziekten, langdurig PPI-gebruik.
Het onderzoek ondersteunt initiatieven om lage B12-waarden actief te behandelen, ook wanneer er nog maar sprake is van licht verlaagde waarden. Hoewel de effecten bescheiden zijn, zijn ze op populatieniveau wel degelijk van belang. Huisartsen kunnen bijvoorbeeld bij lage B12 of verhoogde MMA/Hcy laagdrempelig suppleren (oraal of bij aangetoonde B12 malabsoprtie met injecties). Dit ondersteunt een bredere strategie op niveau van de algemene bevolking om cognitieve achteruitgang te vertragen.
Het volledige artikel vindt U hier: https://alz-journals.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/alz.70864






Recente reacties