Recent promoveerde mw. Hasaart op een onderwerp dat te maken heeft met de kosten van de gezondheidszorg. In dit proefschrift getiteld ‘Incentives in the Diagnosis Treatment Combination payment system for specialist medical care – A study about behavioral responses of medical specialists and hospitals in the Netherlands’ (een mondvol, dus) beschrijft zij hoe de diagnose-behandel combinatie (DBC) in de declaratie van zorgkosten door ziekenhuizen gebruikt wordt. Zij bespreekt in het Research Magazine van de Universiteit Maastricht (http://www.unimaas.nl/rESEArChmaGazIne/default.asp?id=235&thema=2&template=thema.html&taal=nl) enkele voorbeelden hoe DBC’s anders worden gedeclareerd dan gewenst. De Volkskrant heeft het gelijk al over sjoemelen met declaraties (). Mw. Hasaart zegt zelf het volgende in een kort bericht in het Dagblad van het Noorden: ‘het is geen fraude, het zijn onbedoeld onjuiste declaraties. Het systeem is erg ingewikkeld’.
Persoonlijk heb ik indirect te maken met DBC declaraties. In mijn ziekenhuis worden die allemaal gecontroleerd voordat ze de deur uitgaan. Mijn invloed op de declaraties is nagenoeg nul. Maar, er is weinig aandacht voor de keerzijde van de medaille, onderdeclaratie.
Ik geef u een voorbeeld:
mw. A. heeft een primaire hypothyreoidie, een te langzaam werkende schildklier, en is net zwanger geworden; goede instelling op schildklierhormoon is belangrijk, is de dosis te laag, dan heeft dat effect op de hersenontwikkeling van het kindje; een te lage dosering schildklierhormoon leidt later tot slechter leervermogen en lager IQ. Om de instelling te begeleiden zie ik deze patiënte-nadat zij door de huisarts is verwezen- een eerste keer uitgebreid op de polikliniek, pas de medicijnen aan, en spreek voor de komende maanden regelmatige bloedcontrole af. Tijdens de zwangerschap zal de behoefte aan schildklierhormoon toenemen. Aan de hand van die bloeduitslagen kan -indien nodig- de dosering worden bijgesteld. Als een patiënt ’s middag vóór 3 uur prikt (bij mij in het UMCG), heb ik om 4 uur de uitslag en kan telefonisch gelijk de dosering aanpassen. Tijdens zo’n telefoongesprek kunnen we meteen bespreken of alles goed gaat. Indien nodig, kan zij altijd een keer extra naar het spreekuur komen. Dat blijkt echter zelden nodig.
Heeft u dat ene woordje goed gelezen? ‘Telefonisch’. Het is natuurlijk heel fijn voor een patiënte als zij de uitslag telefonisch krijgt, hierdoor haar werk niet hoeft te verzuimen, niet vanuit Zuidlaren of Vries naar Groningen hoeft te reizen (en een half uur in de file staat omdat de garage vol is), en direct effectief wordt geadviseerd.
Nu komt het perverse: telefonische consulten worden in de DBC niet vergoed!
Een patiënte die ik één keer zie op de polikliniek, en vervolgens zes keer bloed laat prikken en via telefonische vervolgconsulten begeleid, krijgt een DBC met een enkelvoudig doktersbezoek. Laat ik haar van de volgende zes keer één keer naar het ziekenhuis komen, dan valt de DBC in een andere productgroep. Wat is het verschil in honorering? De enkelvoudige DBC levert het ziekenhuis inclusief honorarium van de specialist € 199,06 op; de complete DBC het viervoudige hiervan. Deze inkomsten moeten alle kosten dekken, inclusief gebruik van de polikliniek, alle bloedbepalingen, etc. Kortom, de financiering van de gezondheidszorg is zo pervers, dat klantvriendelijke artsen worden gestraft.
Al in 2006 wordt in de instructies voor DBC registratie het volgende geschreven:
Registratie telefonisch consult
Per 1 januari 2007 wordt een nieuwe zorgactiviteitcode geïntroduceerd die betrekking heeft op het telefonisch consult. Deze code (190014) heeft de volgende omschrijving: “Doelgerichte telefonische consultatie van een poortspecialist door een patiënt bij een al geopende DBC ter vervanging van een fysiek consult.” Uit deze omschrijving blijkt wanneer de code gebruikt kan worden. Vooralsnog zal deze code geen rol vervullen als kostendrager of als essentiële zorgactiviteit. Toch is het belangrijk om deze code goed te registreren. Aan de hand van deze registratie zal het namelijk mogelijk zijn een juist beeld te krijgen van de mate waarin in de praktijk van telefonische consulten gebruik gemaakt wordt. Dit beeld kan gebruikt worden bij nadere besluitvorming omtrent de rol van het telefonisch consult in de DBC-systematiek.
Het ligt niet in de verwachting dat deze situatie vóór 2015 wordt veranderd.






Recente reacties