Voor het stellen van een goede diagnose, bijvoorbeeld weefselonderzoek bij een gezwel, is het soms nodig een biopsie te doen. Dat kan een zgn. cytologische punctie zijn, waarbij een klein beetje celmateriaal van de tumor wordt opgezogen met een hele dunne naald. Het kan ook een histologisch biopt zijn; hierbij verkrijgen we een weefselpijpje, en de holle naald die hiervoor gebruikt wordt, is aanzienlijk dikker. Toch kan bij afwijkingen van vele organen en gezwellen op deze wijze prima een punctie gedaan worden, zonder noemenswaardige risico’s op bloeding of anderszins complicaties. Vaak is het wel nodig om tevoren te controleren of de bloedstolling in orde is, maar ook een bloedrijk orgaan als de lever kan uitstekend met een biopsie worden onderzocht.

Er is één tumor, waarbij een biopsie of punctie niet verstandig is, en dat is het feochromocytoom.

Een feochromocytoom is een gezwel van het merg van de bijnier. In dit merg worden de pephormonen adrenaline en noradrenaline gemaakt, stoffen die een belangrijke rol spelen bij de stress reactie en de regulatie van de bloeddruk. Een feochromocytoom is een tumor van dit bijniermerg, of soms van zenuwweefsel elders in het lichaam. Vaak produceert de tumor dus veel van de pephormonen adrenaline en nordrenaline, en dat kan je bloeddruk aardig omhoog jagen, en klachten geven van (aanvallen van) hoofdpijn, hartkloppingen en zweten.

Afbeelding: 12 cm groot feochromocytoom in de linker bijnier.

 

 

 

 

 

Met een feochromocytoom moet je geweldig voorzichtig zijn; zelfs verrichten van lichamelijk onderzoek, waarbij je op de tumor drukt, kan extra adrenaline en noradrenaline uit de tumor doen vrijkomen. Dit kan de bloeddruk flink verhogen. Ook bij een niet goed voorbereide operatie is dit gevaarlijk; als mensen met een feochromocytoom niet goed worden behandeld met hele specifieke medicijnen ruim vóór de operatie, kan zowel bij het starten van de narcose als tijdens de operatie de bloeddruk geweldig schommelen, en kan zelfs een beroerte ontstaan. Mensen met een feochromocytoom worden dan ook pas geopereerd, als de bloeddruk goed onder controle is met medicijnen. Met name gebruiken we hier alpha-blokkers, bv. doxazosine of fenoxybenzamine, dit zijn medicijnen die de effecten van adrenaline en noradrenaline in het lichaam tegengaan.

U kunt zich dus indenken wat er gebeuren kan, wanneer je bij iemand met een tumor in de bijnier een biopsie doet, om een weefseldiagnose te stellen, en dit blijkt een feochromocytoom te zijn. Iemand kan een geweldige bloeddrukstijging krijgen, tot soms wel 300/150 mmHg, maar -afhankelijk van de hoeveelheden adrenaline en noradrenaline die worden geproduceerd- kan er ook bloeddrukdaling ontstaan. Wanneer iemand met een gezwel in de bijnier wordt onderzocht door een endocrinoloog, geldt het volgende: éérst meten of de adrenaline en noradrenaline spiegels in het bloed (of de urine) verhoogd zijn of niet. In het UMCG doen we dit door het meten van de metanefrines in het plasma. Onze klinisch-chemicus prof. Ido Kema heeft een uitstekende meetmethode hiervoor opgezet. Zijn die metanefrines duidelijk verhoogd, dan is het gezwel per definitie een feochromocytoom. De diagnose is hiermee gesteld, en een biopsie is niet nodig. Zijn deze waarden normaal, dan kán een biopsie nodig zijn, maar dan alleen als er écht geen andere manier is om de diagnose te stellen. Vaak kunnen we een goede diagnose stellen met goed hormoononderzoek!

In de afgelopen jaren heb ik een paar patiënten gezien, die na punctie van wat later een feochromocytoom bleek, geweldig ‘onderuit’ gingen: sterk wisselende bloeddrukwaarden, heel veel klachten. Recent zag ik via Twitter het verhaal van een patiënte in een Amerikaanse krant. Deze dame had al jaren klachten van een feochromocytoom, zonder dat deze klachten werden herkend. Haar verhaal vindt u op http://heraldnews.suntimes.com/lifestyles/7229592-423/benign-tumor-causes-some-troubling-symptoms.html. Toch heeft deze dame, als u het verhaal doorleest, wel een beetje geluk gehad. In het artikel staat duidelijk beschreven dat bij haar een punctie van de bijniertumor is verricht. Dat had slechter af kunnen lopen. Het adagium is simpel: ‘Don’t stick needles in pheochromocytoma!!’

In een volgende blog meer over het feochromocytoom.