Polygenic risk scores

The growing public interest in genetic risk scores for various health conditions can be harnessed to inspire preventive health action. However, current commercially available genetic risk scores can be deceiving as they do not consider other, easily attainable risk factors, such as sex, BMI, age, smoking habits, parental disease status and physical activity. Recent scientific literature shows that adding these factors can improve PGS based predictions significantly. However, implementation of existing PGS based models that also consider these factors requires reference data based on a specific genotyping chip, which is not always available. In this paper, we offer a method naïve to the genotyping chip used. We train these models using the UK Biobank data and test these externally in the Lifelines cohort. We show improved performance at identifying the 10% most at-risk individuals for type 2 diabetes (T2D) and coronary artery disease (CAD) by including common risk factors. Incidence in the highest risk group increases from 3.0- and 4.0-fold to 5.8 for T2D, when comparing the genetics-based model, common risk factor-based model and combined model, respectively. Similarly, we observe an increase from 2.4- and 3.0-fold to 4.7-fold risk for CAD. As such, we conclude that it is paramount that these additional variables are considered when reporting risk, unlike current practice with current available genetic tests.

 

 

You can read the full paper at https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9941118/pdf/41598_2023_Article_27637.pdf

 

 

 

Room for improvement

Aims/hypothesis: Optimal diabetes care and risk factor management are important to delay micro- and macrovascular complications in individuals with type 1 diabetes (T1D). Ongoing improvement of management strategies requires the evaluation of target achievement and identification of risk factors in individuals who do (or do not) achieve these targets.

Methods: Cross-sectional data were collected from adults with T1D visiting six diabetes centers in the Netherlands in 2018. Targets were defined as glycated hemoglobin (HbA1c) <53 mmol/mol, low-density lipoprotein-cholesterol (LDL-c) <2.6 mmoL/L (no cardiovascular disease [CVD] present) or <1.8 mmoL/L (CVD present), or blood pressure (BP) <140/90 mm Hg. Target achievement was compared for individuals with and without CVD.

Results: Data from 1737 individuals were included. Mean HbA1c was 63 mmol/mol (7.9%), LDL-c was 2.67 mmoL/L, and BP 131/76 mm Hg. In individuals with CVD, 24%, 33%, and 46% achieved HbA1c, LDL-c, and BP targets respectively. In individuals without CVD these percentages were 29%, 54%, and 77%, respectively. Individuals with CVD did not have any significant risk factors for HbA1c, LDL-c, and BP target achievement. In comparison, individuals without CVD were more likely to achieve glycemic targets if they were men and insulin pump users. Smoking, microvascular complications, and the prescription of lipid-lowering and antihypertensive medication were negatively associated with glycemic target achievement. No characteristics were associated with LDL-c target achievement. Microvascular complications and antihypertensive medication prescription were negatively associated with BP target attainment.

Conclusion: Opportunities for improvement of diabetes management exist for the achievement of glycemic, lipid, and BP targets but may differ between individuals with and without CVD.

 

You can read the full article at https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/1753-0407.13368

 

 

Fantasy becomes reality

Fantasie wordt werkelijkheid… introductie van het mylife CamAPS FX systeem in Nederland.

Het totale systeem bestaat -zoals het plaatje aangeeft- uit de myLife YpsoPump insuline pomp, de Dexcom G6 glucose sensor, en het verbindende CamAPS FX software systeem, dat is ontworpen door professor Roman Hovorka, een genie op het gebied van diabetes en closed-loop software.

Kijk hier naar de opnames van dit webinar. De link is: https://www.youtube.com/watch?v=FNzAE-6A1-4

 

Insuline secretie bij lang bestaande type 1 diabetes

In een recent onderzoek worden de resultaten gepresenteerd van de insuline afgifte na een test maaltijd bij mensen met langer bestaande type 1 diabetes.

Het abstract is als volgt:

Aims: This study aims to evaluate the stability of C-peptide over time and to compare fasting C-peptide and C-peptide response after Mixed-Meal Tolerance Test (MMTT) at T90 or T120 with C-peptide area under the curve (AUC) in long-standing type 1 diabetes.

Methods: We included 607 type 1 diabetes individuals with diabetes duration >5 years. C-peptide concentrations (ultrasensitive assay) were collected in the fasting state, and in a subpopulation after MMTT (T0, just prior to, T30-T60-T90-T120, 30-120 minutes after ingestion of Mixed-meal) (n=168). Fasting C-peptide concentrations (in n=535) at Year 0 and Year 1 were compared. The clinical determinants associated with residual C-peptide secretion and the correspondence of C-peptide at MMTT T90 / T120 and total AUC were assessed.

Results: 153 participants (25%) had detectable fasting serum C-peptide (i.e ≥ 3.8 pmol/L). Fasting C-peptide was significantly lower at Year 1 (P <0.001, effect size = -0.16). Participants with higher fasting C-peptide had a higher age at diagnosis, shorter disease duration and were less frequently insulin pump users. Overall, 109 of 168 (65%) participants had both non-detectable fasting and post-meal serum C-peptide concentrations. The T90 and T120 C-peptide values at MMTT were concordant with total AUC. In 17 (10%) individuals, C-peptide was only detectable at MMTT and not in the fasting state.

Conclusions: Stimulated C-peptide was detectable in an additional 10% of individuals compared with fasting in individuals with >5 years diabetes duration. T90 and T120 MMTT measurements showed good concordance with the MMTT total AUC. Overall there was a decrease of C-peptide at 1-year follow-up.

Het volledige artikel is hier te lezen: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/dme.15012

Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door het JDRF (Juvenile Diabetes Research Foundation) en het DiabetesFonds Nederland.

 

SENSOR studie

In het kader van hun bachelor project hebben 5 enthousiaste studenten Geneeskunde in Groningen onderzoek gedaan naar de verbetering van kwaliteit van leven van mensen met type 1 diabetes die een sensor (ruim twee-derde gebruikte rtCGM, real-time continue glucose monitoring) zijn gaan gebruiken. De resultaten zijn eind 2020 gepubliceerd in het Nederlands Tijdschjift voor Diabetologie, en vindt u hier: https://link.springer.com/article/10.1007/s12467-020-0607-0. Aan het onderzoek deden mensen met type 1 diabetes mee van het Martini ziekenhuis (dr. Klaas Hoogenberg) en het UMCG.

De samenvatting is als volgt:

Sensortechnologie biedt aan mensen met type 1-diabetes de mogelijkheid om het verloop van de glucosewaarde nauwgezet te volgen. Bij bepaalde typen sensoren is er tevens de mogelijkheid van alarmering bij (dreigende) hypoglykemie. Wij onderzochten in een retrospectieve studieopzet of de kwaliteit van leven van mensen met type 1-diabetes veranderd is door het gebruik van continue glucosemonitoring via een sensor. In totaal werden de vragenlijsten − deels gebaseerd op de PAID en Angst voor Hypoglykemie Vragenlijst en deels op de EQ5L kwaliteit van leven-schaal − door 105 mensen ingevuld. De gemiddelde leeftijd was 50 (spreiding van 18 tot 76) jaar. In totaal maakten 33 (31%) personen gebruik van Flash Glucose Monitoring (FGM) en 72 (69%) van Real-Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM). Er was een sterke en significante toename van de gerapporteerde kwaliteit van leven in alle domeinen. Een significante daling van het HbA1c-gehalte werd vastgesteld bij die mensen die de sensortechnologie toepasten ter verbetering van de glykemische regulatie. Wij concluderen dat er sprake is van een sterke verbetering van de kwaliteit van leven bij het gebruik van FGM of RT-CGM in vergelijking met de vingerprikmethode bij mensen met type 1-diabetes. Daarnaast verbeterde de glucoseregulatie aanzienlijk.

De verbetering van kwaliteit van leven is grafisch weergegeven in onderstaande figuur:

De score op de Kwaliteit van Leven thermometer neemt toe met gemiddeld 25 punten, hetgeen een dramatische goede verbetering is, en de HbA1c-waarde daalt  met gemiddeld 0,3%-punt. Hierbij daalt de HbA1c-waarde significant bij deelnemers die hun glucosewaarden niet goed kunnen regelen, maar er is –zoals verwacht- geen significante daling bij deelnemers die hun hypo niet tijdig voelen aankomen. Zij ervaren wel veel en veel minder hypo’s. Eén deelneemster zag haar aantal ernstige hypo’s door inzet van deze technologie afnemen van ruim 15 per maand naar minder dan 1 per maand.

Volledige vergoeding van sensoren voor iedereen met type 1 diabetes MOET !!!! Zie ook: https://www.diabetesplus.nl/sensorvergoeding-moet-nu/